Departement La Paz

Swipe

Trektochten in De Yungas

Door de Yungas lopen diverse, ingenieus aangelegde precolumbiaanse paden die gebruikt werden voor het transport van producten tussen de diverse regio’s met verschillende ecosystemen. Men had reeds honderden jaren voor Chr. al paden aangelegd die Lago Titicaca met de Yungas verbonden. Tussen 200 en 1200 na Chr. werden de Takesi en Yunga Cruz routes aangelegd om de Tiwanaku-technologie en -religie te verspreiden. In de volgende eeuwen tot 1500 werden de paden geschiktgemaakt om transport van goederen met lamakaravanen mogelijk te maken. Tijdens de Inca-overheersing tussen 1450 en 1532 werden de bestaande paden opgenomen in het befaamde Incawegennet. Sommige paden, zoals de Takesi, dienden voor pelgrimstochten waarbij onderweg rituelen werden uitgevoerd. De paden werden verbeterd, afwateringssystemen werden aangelegd en er werden tambo’s (herbergen) en Incatempels gebouwd. Tijdens de koloniale en republikeinse periode van 1532-1825 werden de wegen gebruikt voor het transport van cocabladeren naar La Paz en de mijnen in Potosí (voor de mijnwerkers).

Takesi trektocht

Dit is een twee- of driedaagse trek tussen Palca in de Andes en Yanacachi in de subtropische Yungas. Het soms goed bewaard gebleven precolumbiaanse pad van 45 km begint in Abre (pas) Takesi en eindigt in Mina Chojlla. In dit gebied leefde het Quiruavolk dat handel dreef met zowel hoog- als laaglandgemeenschappen. Yanacachi was een belangrijke Incanederzetting in de 15e eeuw. De beroemde ontdekkingsreiziger Alcides d’Orbigny heeft in 1851 deze route genomen. In 1975 werd de Takesi benoemd tot Archeologisch Nationaal Monument.

Route

Vanaf het beginpunt bij Mina San Francisco (4240 m) is het ongeveer 1,5 uur stijgen tot het hoogste punt van de wandeling, Abre (pas) Apachetas op 4650 m. Vanaf hier slingert het pad bergafwaarts en nu is duidelijk het precolumbiaanse pad te herkennen; een met keien bestraat pad met steunmuren, stenen bruggetjes, muren voor de beveiliging van de reiziger en diverse afwateringskanalen. Het pad passeert het Lago Kheri (4505 m). Hier is het een goed bewaard gebleven precolumbiaans pad met brede stenen trappen. De weg wordt vervolgens breder, tussen de zes en acht meter en halverwege het gehucht Takesi bevindt zich een Inca tambo (herberg). Takesi ligt op 3780 m en bestaat uit enkele bouwvallige hutten. Je observeert nu langzaam de verandering van het kale berglandschap in uitbundige dikker en dichter wordende subtropische vegetatie. De weg gaat eerst omhoog naar een weiland en daalt vervolgens via een modderig pad naar de rivier. Kacapi is een goede plaats om te kamperen (vanaf de pas 6 uur lopen). De tweede dag is 4 uur lopen; het pad is bedekt onder dikke vegetatie en passeert het gehucht Chojlla (2270 m) en gaat door een bos dat helaas is aangetast door menselijke activiteiten, tot aan de Río Takesi waar het precolumbiaanse pad eindigt. Na de rivieroversteek volgt een waterkrachtcentrale en Mina Chojlla, waarna het laatste stuk omhoog naar het vreedzame Yungasplaatsje Yanacachi (1900 m) leidt.

Flora en fauna tijdens de Takesi trektocht

Naast het soms perfect in staat gebleven precolumbiaanse pad staat de Takesi ook bekend om zijn enorme verscheidenheid aan dieren en planten doordat de route door zes ecosystemen tussen de 4650 en 2250 m loopt. Het eerste gedeelte, Ventilla-Mina San Francisco gaat door droge bergvallei landschappen met verspreide weilanden met kleine en dikke struiken. Hier kan men diverse vogels waarnemen zoals een verscheidenheid aan kolibries waaronder de reuzenkolibrie en de Vencejo Andino (Aeronautes andecolus, Andesgierzwaluw). Van Mina San Francisco tot het gehucht Takesi passeert men het hoogland van de Andes met weilanden en kleine rotsachtige plekken in steile hellingen en ondergelopen veengebieden, bekend als bofedales. Ravijnen zijn bedekt met bloemen en struiken zoals de zapatitos (Calceolaria spp, pantoffelplant), wira wira (Achyrocline ramosissima), itapallo (Caiophora spp) en de proteïne bevattende tarwi (Lupinus altimontanus). Vroeg in de ochtend kan men rond verzamelingen losliggende rotsblokken, de viscacha (knaagdier) zien. Rond Laguna Lago Kheri zijn paartjes huallatas (Chloephaga melanoptera, Andesganzen) te zien en groepen Andesmeeuwen. In de bofedales kan men sporen aantreffen van de taruka, het Andeshert. Na het gehucht Takesi wordt het klimaat vochtiger en de vegetatie dikker. Nu doemen weilanden op met een enorme hoeveelheid planten waaronder bromelia’s, specifiek het Puya fosteriana soort. Deze drassige ecologische zone heet Páramo Yungueño (Yungas paramo). Er zijn queñua (Polylepis pepei) bossen, die soms bevolkt worden door de met uitsterving bedreigde vogel pájaro mosca (Anairetes alpinus, grijsborst-meestiran). In de dichte vegetatie komen kleurrijke vogels voor waaronder diverse tangarassoorten en la diglosa bigotuda (Diglossa mystacalis, kruipersoort). Rond de dorpjes zijn vogels zoals chiguanco (Turdus chiguanco, chiguancolijster) en pichitanka (Zonotrichia capensis, roodkraaggors). Enkele dieren die in de páramo leven zijn de jukumari (brilbeer), zorro andino (Andesvos), de taruka (hert) en de poema! Na Takesi daal je steeds verder af en de bomen, bedekt met epifyten zoals mossen, varens, rozetten en enige orchideeën worden steeds groter en de vegetatie wordt dichter. Dit gebied heet het bosque nublado de ceja de montaña oftewel het nevelwoud. Dit ecosysteem is het meest gevarieerde van de Takesi en is het territorium van de brilbeer, het hert, tejón (de das), sari (knaagdier) en gato de monte (bergkat). Hier bevinden zich tal van kleurrijke vogels waaronder tanager, en cacique de montaña (Caricus chrysonotus, bergbuidelspreeuw). Het laatste gedeelte van de wandeling is veel warmer en het bos is daardoor hoger maar helaas, vooral door mijnbouw, aangetast. Hier groeien chusis (boomvarens) en aliso (els). Dieren die hier leven zijn onder andere het venado (hert), yaguarundi (katachtige) en de tayra (wezel). Onder de vele vogelsoorten zijn de tucancillo (Aulacorrhynchus prasinus, smaragdarassari,), pava de monte (Penelope montagnii, Andessjakohoen,), satawi (Trogon personatus, maskertrogon) en oropendola. In de maanden september en oktober is er een enorme hoeveelheid aan vlinders te zien.

El Choro trektocht

Deze 57 km lange wandeling is de meest toeristisch ontwikkelde en populaire wandeling in de Yungas en kan in drie dagen gedaan worden.

Route

De Chorotrek begint vanaf de pas La Cumbre (4700 m), 1 uur rijden vanaf La Paz. Er is hier een kantoortje (PN ANMI Cotapata) waar men zich moet laten registreren. De wandeling begint met een stijging naar het hoogste punt van de trek, Apacheta Chucura (4860 m) waar zich apachetas (stenen torentjes) bevinden. Volgens lokaal geloof plaats je een steen op een andere steen, vergezeld van een klein offer zoals een cocablad, om bescherming en voorspoed te vragen aan de Apus (berggeesten) tijdens de wandeling. Het pad daalt af naar Tambo (herberg) Inca in Lama Khuchu, midden in een drassig gebied. Op de steile berghelling ligt hier een indrukwekkend stuk precolumbiaans pad, met grote platforms en steunmuren in zigzagvorm. Het pad is hier 5 meter breed. In het plaatsje Inti Wara Yassi moet men zich opnieuw laten registreren. Daarna volgen de comunidades Chucura en Challapampa, beide met kampeermogelijkheden. Het laatste stuk is een mooi aangelegd pad met stenen trappen, steunmuren, en afwateringskanalen. Vandaag is het ongeveer 7 uur lopen. De tweede dag gaat door dalen met steile hellingen en hoe lager je komt, des de dichter en groter de vegetatie wordt. In de comunidades Choro en San Francisco is kampeergelegenheid. De derde dag daalt het pad verder af naar Río Coscapa en gaat via stenen platforms, door steile groene dalen. Na de oversteek van de Coscaparivier volgen de 246 stenen treden van Subida del Diablo (stijging van de duivel). Op de top is een mooi uitzicht over het groene heuvellandschap. Sandillani is een paradijselijke plaats met een mooie tuin, een goede plaats om uit te rusten, alvorens af te dalen naar Chairo (1250 m) waar de trek eindigt.

Yunga Cruz trektocht

Dit is meest afgelegen wandeling van alle Yungaswandelingen en het wandelpad is het smalst. De traditionele Yunga Cruzwandeling duurt drie tot vier dagen, is 45 km lang en begint in het dorp Chuñavi op 72 km van La Paz, in de buurt van de bekende berg Illimani.

Route

De eerste dag gaat door de vochtige en koele puna (hooglandsteppe) tussen de 3680 en 4000 m in 7 uur naar Cerro Yunga Cruz. Vervolgens daalt het pad het nevelwoud in naar Khala Ciudad, dat bestaat uit grote monumentale stenen. Dit is een goede plek om te kamperen en hier moet je water opslaan voor de rest van de wandeling. De tweede dag houdt een wandeling van 7 uur in over het antieke pad, dat in een goede staat verkeert, en grotendeels door het nevelwoud gaat. De derde dag kan je kiezen tussen de wandeling direct naar het aangename Yungasstadje Chulumani (1700 m) die 5 uur duurt of naar Ocobaya die 3 tot 4 uur duurt. Het pad gaat door vochtige tropische bossen die langzamerhand steeds meer aangetast raken door menselijke activiteiten.

10 prachtige bestemmingen in Trektochten in De Yungas en Bolivia