Oost-Bosnië

Swipe

Langs de Bosna naar het noorden

De Bosna is na de Drina de langste zijrivier van de Sava en gaf Bosnië zijn naam. Het dal van de Bosna is dichtbevolkt en industrieel, waardoor de rivier meer vervuild is dan bijvoorbeeld de Una en de Neretva. Dat schrikt de Bosniërs niet af om van het water te genieten. In de Bosna wordt volop gevist en gezwommen.

Žepce en Zavidovici

Wie per spoor of over de weg vanuit Zenica naar het noorden gaat, komt al snel bij Žepce. In en om het stadje aan de Bosna zijn veertien bronnen, waaruit mineraalwater vloeit. De bekendste is Bistrica, drie kilometer van Žepce, richting Zavidovici. Mensen komen er van heinde en verre naartoe voor het ijzerrijke water.

Iets ten westen van de weg, maar aan het spoor ligt Zavidovici. Hier mondt de Krivaja in de Bosna uit. Het dal van deze visrijke beek is meer dan zeventig kilometer lang en loopt door tot voorbij Olovo. Clubs uit Zenica en Zavidovici organiseren kajak- en rafttochten op het riviertje. Een zeldzaam verschijnsel zijn de perfect ronde stenen kogels, waarvan er zeker vijftig in de omgeving van Zavidovici gevonden zijn. In bossen bij Zepwe en Zavidovici wordt veel hout gekapt voor de meubelindustrie. Het bedrijf Krivaja exporteert op grote schaal meubels naar Noord-Amerika en Europa.

Na grote inspanning van verschillende natuurorganisaties heeft het gebergte Tajan een beschermde status gekregen. De dichte wouden worden afgewisseld met kabbelende beekjes, steile kloven en diepe grotten. De mooiste kloof van deze regio is Mašica. Op sommige plekken is deze meer dan driehonderd meter diep en maar drie meter breed. De steile rotswand vormt een uitdaging voor bergbeklimmers. Andere diepe kloven in het kalksteengebergte zijn Duboka Tajašnica en Suha. In de honderden grotten in het gebied schuilen vleermuizen voor het daglicht en houden beren hun winterslaap. In de zomer kunt u er zelf op ontdekkingstocht gaan. Op de wanden van de tweehonderd meter diepe Lukina grot hebben zich bergkristallen in allerlei tinten roze en rood gevormd. De ingang is begroeid met klimop. In Tajan komt ook de zeldzame Bosnische lelie voor, het symbool van de Bosnjakken. Op het hoogste punt van het gebergte, 32 kilometer ten zuiden van Zavidovici, staat een berghut.

Maglaj

De ochtendnevel die vaak in de vallei van de Bosna op komt zetten, gaf Maglaj zijn naam. Die mist levert een geheimzinnige sfeer op, vooral als de middeleeuwse burcht er eenzaam bovenuit steekt. De vesting wordt in 1408 voor het eerst in officiële documenten genoemd, maar is waarschijnlijk al aan het eind van de dertiende eeuw gebouwd. Het fort is tot in de twintigste eeuw door de opeenvolgende machthebbers gebruikt. Tegen de vestingheuvel aan staan traditionele Turkse huizen met overhangende bovenverdieping. Aan de voet van de burcht prijkt de Kuršumlija moskee uit 1560. Waarschijnlijk nog ouder is de kleine Sukija moskee, die een houten minaret heeft.

Langs de oevers van de Bosna zijn boomgaarden, waar appels, peren en pruimen worden geteeld. Daar staat ook het stijlvolle huis in Turkse stijl, dat de rijke Sali-beg Uzeirbegovic in 1875 liet bouwen. Aan de andere kant van de rivier is een nieuwer gedeelte van de stad. Daar zijn geen echte bezienswaardigheden, maar in de schaduwrijke straten is het prettig toeven.

Tešanj is ook een bezoek waard. In het plaatsje, dat ook bekend is vanwege het Oaza mineraalwater, werd de film Gori Vatra opge-nomen. De vijftiende-eeuwse Ferhadija moskee is nog intact. Ook bezienswaardig is het Eminagic huis uit de zeventiende eeuw.

Doboj

Al in de vroegste tijden was Doboj een handelscentrum. Ook nu nog ligt de stad op een kruising van belangrijke wegen, spoorwegen en rivieren. Vanuit het westen komt de Usora in de Bosna uit, vanuit het oosten de Spreca. De stad is verdeeld over twee entiteiten. Doboj-sever (noord) ligt in de Republika Srpska, Doboj-jug (zuid) in het Zenica-Doboj Kanton van de federatie. Ook Doboj-Istok (oost) ligt in de Bosnjaks-Kroatische entiteit, maar dan in het Kanton Tuzla. De stad ligt in het breed uitgelopen dal van de Bosna, dat is omgeven door bescheiden heuvels.

Op een kleine verhoging even ten noorden van het centrum ligt Kastrum, een door de Romeinen gesticht fort. Ten tijde van het middeleeuwse Bosnische koninkrijk hebben verschillende leenheren het fort uitgebreid. Zoals de meeste forten in Bosnië kreeg Kastrum zijn huidige vorm in de Osmaanse tijd. In de nieuwe stad onder de burcht staan vooral veel grauwe flatgebouwen langs rechte straten. Een aantal in de laatste oorlog vernietigde moskeeën en een katholieke kerk zijn inmiddels weer opgebouwd. Ook het Joods Cultureel Centrum, dat in de Tweede Wereldoorlog werd verwoest, is recentelijk herbouwd.

Vlak bij het dorp Petrovo bij het stadje Gracanica staat het dertiende-eeuwse klooster Ozren. Op de gelijknamige heuvel is een klein meertje dat Orlovo Jezero (Adelaarsmeer) heet. Er is een camping en in het schone water is het lekker zwemmen. Dat kan ook in Goransko jezero, waar ook een restaurant is. Doboj is geen topattractie, maar wie op doorreis is, zal een kort verblijf in en om de stad niet als een straf ervaren.

Gradacac

Een van de pareltjes van Noordoost-Bosnië is Gradacac. Het gezellige stadje ligt aan de rivier Gradišna tussen de bergen Majevica en Trebava. De geschiedenis van de stad is nauw verbonden met het geslacht Gradašcevic. In de Osmaanse tijd maakten zij eeuwenlang de dienst uit in de regio. De bekendste telg van deze rijke beg-familie was Husein Kapetan Gradašcevic. Hij was een zo berucht strijder, dat hij een hoge mate van zelfbestuur bij de Turken had kunnen afdwingen. De Draak van Bosnië – zoals de Osmanen hem noemden – probeerde zijn gezag verder uit te breiden. In 1831 wisten zijn legers helemaal tot Kosovo door te dringen. De rebellie van Gradašcevic lokte nog meer opstanden in de regio uit, waardoor de Turken de greep op de westelijke Balkan leken te verliezen. De Draak van Bosnië werd echter verraden en moest vluchten over de Sava naar Oostenrijk. Het in 1786 gebouwde huis van de familie Gradašcevic herbergt nu een klein museum.

Ook de in 1821 gebouwde Kapiteinstoren is naar Husein Gradašcevic vernoemd. De eerste stenen van de burcht, waartoe de toren behoort, werden al in de vijftiende eeuw gelegd. Vanaf deze burcht heeft u een prachtig uitzicht op de rest van de stad. Zo is de negentiende-eeuwse Huseinja moskee met hoge en slanke minaret goed te bekijken. Uit dezelfde periode stamt de klokkentoren, een van de laatste die in Bosnië gebouwd werd tijdens de Turkse overheersing. De burcht heeft twee goed bewaard gebleven stadspoorten. In de witte Kapiteinstoren is nu een restaurant gevestigd. Aan de voet van de vestingsheuvel ligt een langgerekt park.

In de omgeving van Gradacac zijn een paar stuwmeren, Hazna en Vidara. Veel mensen gaan daarheen om aan het strand te liggen, te vissen of te watersporten. Bij Hazna is ook een camping. Ook het nabijgelegen kuuroord Banja Ilidža trekt veel bezoekers. De stad staat bekend om de fruitteelt. Sinds 1969 wordt er jaarlijks een internationale pruimenbeurs gehouden.

10 prachtige bestemmingen in Langs de Bosna naar het noorden en Bosnië en Herzegovina