Oost-Bosnië

Swipe

Tuzla

Tuzla is geen stad van indrukwekkende bezienswaardigheden, maar moet het eerder hebben van de prettige sfeer. De derde stad van Bosnië (150.000 inwoners) ligt aan de voet van het Majvica gebergte aan de riviertjes Jala en Solina. De inwoners gaat prat op hun imago van tolerante mensen.

Voor de oorlog had de stad het hoogste aantal gemengde huwelijken van Bosnië. Toen begin jaren negentig overal in Bosnië-Herzegovina nationalisten de macht overnamen, kozen de bewoners van Tuzla een sociaaldemocratische burgemeester. In de stad werd niet onderling gevochten, waardoor de orthodoxe kerk, de katholieke kerk en talrijke moskeeën intact zijn gebleven.

Aan de universiteit van Tuzla studeren ongeveer negenduizend studenten. Het oude centrum ziet er aangeharkt en, door de kleurige gebouwen, vrolijk uit. De burgemeester riep de stad in 2007 uit tot ‘Stad der Liefde’, nadat het Guiness Book of Records werd gehaald, omdat bijna zevenduizend mensen tegelijkertijd zoenden.

Geschiedenis

Tuzla is Turks voor ‘plaats van zout’ en de geschiedenis van de stad is nauw met dat product verbonden. Al in de vroege steentijd ontstond er een nederzetting rondom een achttien meter diepe zoutwaterbron. In de tiende eeuw duikt Tuzla voor het eerst op in geschreven bronnen. De Byzantijnse keizer en historicus Konstantin Porfirogenit spreekt in De Administrando Imperio van ‘Salines’. Ook de Zuid-Slaven noemden de stad zout: ‘Soli’.

De Osmanen begonnen echt werk te maken van het exploiteren van de zoutbronnen, de productie vervijfvoudigde. Bij het huidige Solni Trg (zoutplein) werd het hele jaar door zout gewonnen. In de zeventiende eeuw ontwikkelde Tuzla zich tot het militaire, bestuurlijke, economische en culturele centrum van Noordoost-Bosnië. Rond 1700 bouwden de Osmanen een vesting. In de decennia daarna voerden de Oostenrijkers keer op keer aanvallen op de noordgrens van het rijk uit. Bij een van die aanvallen in 1870 vernietigden zij de burcht. Acht jaar later verlieten de Osmanen Bosnië. De stenen van de vesting werden later gebruikt voor de bouw van het gerechtsgebouw.

In de Oostenrijks-Hongaarse tijd begon de industrialisatie van Tuzla. De Habsburgers moderniseerden de zoutproductie, openden kolenmijnen en legden een spoorlijn naar Doboj aan. In Joegoslavië was Tuzla een belangrijk industrieel centrum. Chemische industrie, die van het in de omgeving gewonnen zout gebruikmaakte, vestigde zich op grote schaal in de stad. De fabrieken hebben de oorlog overleefd en doen ook nu nog dienst, maar kunnen nauwelijks meer concurreren op de wereldmarkt. Verouderde technieken veroorzaaken milieuproblemen in Tuzla en omgeving. Daarnaast bedreigt de door de zoutwinning veroorzaakte bodemdaling het oude centrum van de stad.

Tijdens de laatste oorlog belegerde het Bosnisch-Servische leger Tuzla. Vanaf de winter van 1993/1994 was de stad geheel omsin-geld. In mei 1995, toen de oorlog al bijna voorbij was, trof een granaat een stampvol café. Bij dit bloedbad stierven 71 voornamelijk jonge mensen. Een gedenksteen met een gedicht herinnert aan deze gebeurtenis.

Bezienswaardigheden

Nu eens geen oorlogsmonument, maar een schrijver en een schilder in de hoofdstraat van de stad – de Korzo. Tuzla is trots op de vele kunstenaars die de stad voortbracht, zoals Meša Selimovic en Ismet Mujezinovic. De laatste is een van de bekendste twintig-ste-eeuwse schilders van Bosnië. Het meest voorkomende thema in zijn schilderijen is de strijd van de partizanen in de Tweede Wereldoorlog, waaraan hij zelf actief deelnam. Een galerie in Tuzla is naar hem vernoemd. Meša Selimovic (1910-1982) behoort tot de grootste schrijvers van voormalig Joegoslavië. Zijn bekendste werken, zoals Derviš i smrt (1966; Engelse vertaling: Death and the Dervish) en Tvréava (1970; The Fortress) gaan over de cultuur van de moslims in het Osmaanse Bosnië-Herzegovina. Zowel Servische als Bosnjakse nationalisten claimen Selimovic – die in Bosnië werd geboren, maar later naar Belgrado ging en zichzelf Serviër noemde – als ‘zoon van de natie’.

Eén uiteinde van Korzo heet Kapija (poort). Hier staat het monument voor de 71 doden die vielen bij de granaatinslag in 1995. Op de gedenksteen staat een gedicht van Mak Dizdar:

hier leeft men niet alleen om te leven
hier leeft men niet alleen om te sterven
hier sterft men ook om te leven

Bij Kapija splitst de weg. Links ligt Solni trg (zoutplein). Op dit plein liet men het water uit de bron in schalen verdampen, zodat het zout overbleef. De zoutbron is in 2004 gerestaureerd, inclusief een replica van zo’n schaal, waarmee het zout uit het water gewonnen werd. Daarnaast staan er enige artefacten uit de vroege steentijd, die in de omgeving gevonden zijn. Ten noorden van het centrum, bij het Panonija meer, is een nederzetting uit die tijd nagebouwd. Aan de andere kant van het meertje, dat ook dienstdoet als openluchtzwembad, is een kleine dierentuin.

Er is een aantal oude moskeeën in Tuzla, waarvan de Turali-beg-moskee, die in de volksmond ook Poljska moskee genoemd wordt, uit 1572 de bekendste is. Vandaag de dag is deze moskee alleen nog in gebruik voor rouwdiensten. Loopt u enkele tientallen meters verder en slaat u bij standbeelden van Selimovic en Mejezinovic rechtsaf, dan komt u bij de orthodoxe kerk uit 1874. Aan het andere uiteinde van de voetgangerszone staat de Waršijska džamija uit 1548. Deze stadsmoskee werd in 1874 volledig gerenoveerd. Midden op het plein voor de moskee staat een prachtige wesma, een bron voor het rituele reinigen van het lichaam. Als u vanaf daar over de markt loopt, dan komt u uit bij de Jala rivier. Aan de overkant staat de Šarena džamija (Kleurrijke Moskee) uit de zeventiende eeuw. De rooms-katholieke St.-Petruskerk werd in 1873 gebouwd op de plaats waar vroeger een franciscanenklooster was, maar moest in 1987 verplaatst worden, omdat de bodem onder de kerk meer en meer verzakte.

Het Nationale Theater (Pozorišna 4; 9251327), dat de Habsburgers in 1898 bouwden, is het oudste theater van Bosnië. Lokale groepen voeren hier regelmatig stukken op, maar voorstellingen in andere talen zijn zeldzaam. De Portretten Galerie (Ratka Vokica bb) heeft een vaste collectie met werken van lokale en internationale kunstenaars. De Ismet Mujezninovic Galerie (Klosterska 17) is vooral gewijd aan het werk van de schilder, die de galerie haar naam gaf. Het Museum voor Noordoost-Bosnië (Mije Keroševica Guje bb) heeft een archeologische, etnologische en historische collectie.

De omgeving

Bij de dorpen Ðurdevik en Dokanj zijn meerdere begraafplaatsen met stecci. Net buiten de stad, in het dorp Breska staat een tweehonderd jaar oude katholieke kerk. Het Modrac meer bij Lukavac is een populaire bestemming voor een uitstapje. Er zijn stranden, restaurants en pensions. In tegenstelling tot Majvica, dat vol ligt met mijnen, zijn er op Konjuh goede mogelijkheden om een bergwandeling te maken.

10 prachtige bestemmingen in Tuzla en Bosnië en Herzegovina