De Petén-regio

Swipe

Flores

Ongeveer een eeuw voor de Spaanse verovering en eeuwen nadat Tikal en andere ceremoniële Maya-centra in de Petén verlaten werden, vluchtten enkele inwoners van Chichén Itzá in Yucatán (Mexico) naar het zuiden en stichtten in 1441 hun nieuwe hoofdstad Tayasal op een eiland in het meer van Petén Itzá. Hoewel de Spanjaarden op de hoogte waren van het bestaan van deze plaats, schonken ze er verder geen aandacht aan. Toen Cortés in 1524 tijdens zijn doorreis van Mexico naar Honduras drie dagen in Tayasal doorbracht, werd hij hartelijk ontvangen door de laatste Maya-heerser van het Itzá-volk, Can Ek. Toen hij het eiland verliet, schonk hij de Itza’s een kreupel paard, dat niet verder meer mee op reis kon. Een paard hadden de Indianen nooit gezien en dit ‘grote hert’ zoals zij het noemden, gingen zij vereren als een god. Zij brachten het zilver, goud, bloemen en andere offers zodat het wel gauw verhongerd zal zijn.

Tayasal werd verder door de Spanjaarden ongemoeid gelaten. Rond 1618 bezochten enige franciscaanse monniken de stad en troffen daar 12 tempels aan, waarvan in één een groot stenen beeld stond van een zittend paard met opgeheven voorbenen. Toen zij probeerden deze paardenafgod te vernietigen, werden ze door de bevolking verjaagd. Om verdere vernielingen aan het paard, dat ‘Tzimin Chac’ genoemd werd, te voorkomen, wilde men het ergens op het vasteland verbergen. Toen men het beeld over het meer trachtte te transporteren, viel het in het water. Een ander verhaal vertelt dat de franciscanen het beeld wel vernielden en de stukken in het water smeten. Hoe het ook zij, de Indianen beweren dat je het paard bij rustig weer en als het water helder is nog steeds in het meer kunt zien liggen.

Met deze gebeurtenis begon de strijd tegen de Spanjaarden en in 1621 werden een missionaris en zijn militaire gevolg vermoord. In 1697 werden de Itza’s uiteindelijk verslagen en onderworpen door een militaire expeditie. In die tijd waren de oude Maya-straatwegen allang door junglevegetatie overwoekerd.

De Petén bleef eeuwenlang een achtergebleven gebied waar nauwelijks wegen waren en waar men leefde van zelfvoorzienende landbouw en het winnen van chicle. Flores en andere steden hadden geen contact met de rest van het land. Aan het einde van de 19e eeuw begon de bloei van de chiclewinning en vanaf 1930 werd deze grondstof per vliegtuig naar Puerto Barrios vervoerd. Hierdoor vond de openlegging van de Petén plaats. De weg naar Flores zorgde voor de verdere ontwikkeling van het gebied en zo werd Flores de hoofdstad van het departement.

Santa Elena en San Benito, twee plaatsen die tegenover Flores op het vasteland liggen, profiteerden het meeste van deze groei. In San Benito vind je vele budgethotels en in Santa Elena is het vliegveld. De ligging van Flores op een klein eiland geeft weinig mogelijkheid voor uitbreiding. Toch is de economische bedrijvigheid in de vorm van hotels, restaurants en winkeltjes enorm toegenomen. Vele toeristen bezoeken Tikal vanuit Flores zodat het stadje vooral aan het eind van de middag en in de avond het levendigst is. De mysterieuze sfeer van vroeger heeft plaatsgemaakt voor de landerige sfeer van een toeristenplaatsje. De verbinding met het vasteland wordt gevormd door een dam.

De naam Flores is afkomstig van de vice-president Cirilo Flores en deze naam werd ter ere van hem in 1824 aan de stad geschonken. Flores ligt in een bocht in de zuidwestelijke hoek van het meer van Petén Itzá. In het meer bevindt zich een aantal kleine eilandjes; de totale oppervlakte van het meer bedraagt bijna 100 km2. De waterspiegel is echter nogal aan veranderingen onderhevig. In 1932 vond de grootste overstroming tot nu toe plaats. Van 1978 tot 1982 was er een flinke stijging van de waterspiegel, waardoor sommige hotels hun laagste verdieping kwijtraakten. De werkelijke oorzaak hiervan is onbekend, hoewel het te maken heeft met karstverschijnselen. Ook is de hoeveelheid neerslag de laatste jaren toegenomen.

Je kunt in het meer zwemmen, maar in de buurt van Flores zijn er veel waterplanten en is het water niet zo schoon. Je kunt beter het stadje verlaten of met een cayuco (kano) het meer opgaan. Vanaf de hoger gelegen plaza in Flores heb je een aardig uitzicht op het meer.

Excursies vanuit Flores

Flores is een leuke plaats om een dag of twee te verblijven vanwege het meer van Petén Itzá. Je kunt dan ook een aantal aardige excursies maken over en rond het meer.

Don Angel, bekend bij Posada Restaurante El Tucan, organiseert een drie uur durende boottocht voor Q120 met een minimum van vier personen. Deze begint met een bezoek aan de Mirador Rey Canek die te midden van de overblijfselen van Tayasal op een heuvel ligt. Via 136 treden bereik je de top met een uitzichtsterras in een ‘jabín’ (een quebracho-boom). Deze beklimming in de junglehitte is de moeite waard, want je hebt uitzicht op Flores en Santa Elena, het vliegveld, de dorpen San Andrés en San José en op het eilandje Santa Bárbara met een radiotoren.

Daarna vaar je naar Ramonal, het eiland dat het dichtst bij Flores ligt met een park met diverse picknickplaatsen. Er is een wankele duiktoren en ‘la garrucha’, een kabel met een katrol, waarmee je over het meer kunt sjezen.

De volgende stop is Petencito; dit gemeentelijke park heeft een dierentuin en is op een eiland en op het vasteland gevestigd. In de dierentuin kun je allemaal dieren zien die in deze regio leven. In het park zijn lange glijbanen waarmee je uiteindelijk in het meer belandt. Petencito is geopend van 7.00-18.00 uur en de entree is Q20.

Als laatste wordt een bezoek gebracht aan de Biotopo Cerro Cahuí, een reservaat dat in 1982 is opgericht om de Petén-kalkoen en andere wilde dieren uit de omgeving te beschermen. De dichte jungle in dit 650 ha grote reservaat beschermt ook de waterbronnen in dit gebied. De Petén-kalkoen is een grote, statige vogel met helderblauwe en turkooizen veren. Er leven hier 28 soorten zoogdieren zoals gordeldieren en brulapen en 300 vogelsoorten waaronder reigers en toekans. De tropische vegetatie telt 60 boomsoorten zoals ceders en mahoniebomen. Er zijn enkele aangelegde paden. Langs de weg naar Tikal staat 28 km van Flores bij El Remate een bord. Om 11.00 uur vertrekt een microbus vanaf de markt in Santa Elena; de rit duurt ruim een halfuur. Je kunt ook de bus naar Tikal nemen en bij de kruising met de weg naar El Remate uitstappen. Een taxi of een boot zijn de duurste vervoersmogelijkheden. Het reservaat is geopend van 7.00-17.00 uur, de entree is Q30.

Je kunt ook een aantal grotten bezoeken. De Actun Kan-grotten liggen 3 km vanaf het meer niet ver van San Benito ten zuiden van Flores. Je kunt ze te voet of met een taxi bereiken. De Actun Kan (slangengrot) is verlicht en je ziet er stalactieten, stalagmieten, een oud bewerkt gezicht van de Maya-regengod Chac en vele vleermuizen. Je kunt de grot bezoeken van 8.00-17.00 uur; de entree bedraagt Q10. Voor een bezoek aan de Jobitzinaj-grotten die iets verderop liggen, heb je een zaklantaarn nodig. Helaas vinden sommige toeristen het nodig om hun naam achter te laten of druipsteenvormen af te breken zodat deze grotten onherstelbaar beschadigd worden.

Rondreizen

Groepsrondreis Guatemala

Tijdens deze avontuurlijke rondreis door Guatemala ontdek je de prachtige, ongerepte natuur, de kleurrijke inwoners en de oude koloniale gebouwen. We brengen...

v.a. 2129.00 p.p.

Familiereizen

Familiereis Guatemala

Tijdens deze avontuurlijke familiereis door Guatemala ontdekken jullie de prachtige, ongerepte natuur; de kleurrijke inwoners; de oude koloniale gebouwen en de Maya...

v.a. 2648.00 p.p.

10 prachtige bestemmingen in Flores en Guatemala