Verhalen Maleisië

Jalan sehala

Er was eens een Amerikaanse dame die, eenmaal in Maleisië, de stoute schoenen aantrok en een auto huurde. Zij waagde zich in het toch wel redelijk hectische verkeer van de hoofdstad Kuala Lumpur. Gelukkig wist zij de rit zonder schade te volbrengen. Uiteraard wilde zij van de gelegenheid gebruikmaken om eens flink te gaan shoppen. Langs de kant van de weg zag zij een parkeerplaatsje. Vlug parkeerde zij haar voertuig. Zoals de meeste Amerikanen was zij geen talenwonder, maar één woord had ze onthouden: jalan betekent straat. Omdat zij haar wagen na het winkelen graag wilde terugvinden, onthield zij de naam die op het bordje naast haar auto stond: ja-lan sehala. Na vele uren shoppen keerde de dame bepakt en bezakt terug naar het bordje jalan sehala. Tot haar grote schrik kon zij haar voertuig niet meer terugvinden. Toen ze nog een beetje beter keek, bleek dat ze in een heel andere straat verzeild geraakt was dan zij in haar herinnering had. Ze zwierf nog een beetje rond in de hoop haar auto ergens aan te treffen, maar helaas. Ten einde raad begaf ze zich naar het dichtstbijzijnde politiebureau. Daar vertelde ze dat ze haar wagen kwijt was. ‘Maar waar hebt u hem dan geparkeerd?’ vroeg de dienstdoende agent. ‘In de jalan sehala’ sprak de dame beslist. Daarop barstte de agent in schaterlachen uit. ‘Maar mevrouw’ sprak hij hikkend van het lachen ‘jalan sehala betekent eenrichtingsstraat.’ Ik weet niet of die mevrouw haar auto ooit teruggevonden heeft.

Batik in Maleisië 

Het woord batik komt uit het Javaans. Het is afgeleid van ambatik, dat wil zeggen stof met kleine witte puntjes. De techniek van het ba-tikken is meer dan 1500 jaar oud. In die delen van de wereld die tegenwoordig bekend staan als Maleisië en Indonesië is deze techniek waarschijnlijk in zwang geraakt onder invloed van de adel, vooral door sommige sultansfamilies. Tot op de dag van vandaag, kan men de prachtigste batik vinden binnen de muren van de kraton in Jogyakarta, Midden-Java. Maar ook aan de oostkust van het Maleisische schiereiland (Pahang, Terengganu en Kelantan) kan men tal van batikkunstenaars vinden.

Men gaat als volgt te werk. Een patroon of een afbeelding wordt met hete was op een stuk zuivere, witte stof aangebracht. Hiervoor maakt men gebruik van een canting, een penachtig instrument dat gloeiend hete was bevat. Daarna wordt het geheel ondergedompeld in een verfbad. De oppervlakte die niet met was bedekt is geweest, is nu gekleurd. Dit is de achtergrond. Vervolgens wordt de stof ont-daan van was. Daarna brengt men opnieuw was aan, met uitzondering van de delen die bijvoorbeeld rood moeten worden. Na het vol-gende verfbad wordt de was vervolgens weer verwijderd en na droging wordt alles weer met was bedekt met uitzondering van de delen die bijvoorbeeld blauw moeten worden, enzovoort. Batiktechniek wordt uitsluitend toegepast op natuurlijke stoffen zoals katoen en zijde. Het materiaal moet van hoge kwaliteit zijn, dat wil zeggen van een hoge densiteit.

Om meer te kunnen produceren werd halverwege de 19e eeuw de zogenaamde batik cap [tjap] uitgevonden. De cap is een uit koper gemaakte stempel, in de vorm van een bepaald patroon. Dit patroon wordt zowel aan de voor- als aan de achterzijde van de in was ge-doopte stof parallel aangebracht. Vervolgens krijgt de stof een verfbad. Daarna volgt herhaling van het procedé, met verschillende verfbaden, net zolang tot het gewenste resultaat verkregen is. Voor- en achterzijde van het materiaal moeten uiteindelijk identiek zijn. Tegenwoordig kennen we drie verschillende soorten batik: cap, tulis en kombinasi. Cap is gestempelde batik, tulis handgeschilderde en voor alle Nederlandstaligen zal duidelijk zijn dat de derde versie een combinatie is van beide technieken.

Lappen batikstof worden soms gebruikt als kledingstuk, rondom het middel gewonden dienen ze bijvoorbeeld als sarong. In Maleisië kunt u zijden gebatikte hemden en/of dameskledingstukken kopen. Ook worden ze eventueel op bestelling in de door u gewenste patronen gemaakt. Het komt echter ook voor dat kunstenaars door middel van batiktechnieken wanddecoraties maken: portretten, landschappen of stillevens.

Mocht u behoefte hebben aan een voorsmaakje: Het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam, in de volksmond beter bekend als Het Tropenmuseum, bezit de grootste collectie Indonesische batiks in Nederland.

Het Tropenmuseum

Linnaeusstraat 2
1092 CK Amsterdam
(Vlak bij het Oosterpark)
9020-568 8200
tropenmuseum@kit.nl

Het verhaal van de taxichauffeur in Kuala Lumpur

Een van mijn mat saleh (Europese) kennissen in Kuala Lumpur was de echtgenote van een expat. In die hoedanigheid kreeg ze geen werkvergunning. Desondanks leidde ze een aangenaam leven. Regelmatig begaf ze zich naar de diverse bijeenkomsten die door haar lotgenoten georganiseerd werden. Koffiedrinken, high teas, liefdadigheidsbazars, winkelen, een bezoekje aan de fitness, een paar dagen naar een leuk resort, golfen, markten bezoeken, enzovoort. Maar er was één ding dat ze niet durfde: zelf rijden in KL. Dat vond ze te link voor een eenvoudige blanke vrouw. Daarom had ze een vaste taxichauffeur gecharterd. Telkens als ze ergens heen wilde, belde ze hem op. Als de man een dagje vrij had, dan hield ze daar rekening mee. Er ontwikkelde zich op termijn een zekere vorm van vriendschap. Op een dag ging ze naar een lampenzaak om een schemerlamp aan te schaffen. Haar taxichauffeur wachtte, in zijn voertuig, voor de winkel tot ze klaar was. Ze stapte in de taxi om naar huis te gaan. ‘Hoeveel hebt u voor die lamp betaald?’ Ze noemde het bedrag. ‘Maar dat is veel te veel! Die verkoper ripped you off! Geef mij die lamp. Ik ga wel eens even met die man praten.’ De chauffeur ging naar binnen, overlegde een tijdlang met de lampenverkoper en kwam terug naar zijn taxi. Met een triomfantelijk gebaar gaf hij mijn vriendin haar lamp terug plus de helft van het door haar betaalde bedrag!

De gebroeders Sarkies op Penang

Deze mannen waren Armeniërs, afkomstig uit de Perzische (Iraanse) stad Isfahan. Een van de gebroeders, Tigran, huurde in 1884 een groot huis aan de Lightstreet in Georgetown en begon er het Eastern Hotel. Na enige tijd liet hij zijn oudere broer Martin overkomen. Deze huurde aan de Farquarstreet het hotel de l’Europe dat hij omdoopte tot Oriental Hotel. Weer wat later kwam broer Aviet het tweetal versterken. Hij werd verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in het Oriental Hotel.

De gebroeders besloten om het Eastern Hotel grondig te renoveren en uit te breiden. In augustus 1889 werd het pand officieel geopend. Het Oriëntal Hotel werd afgestoten, maar de gebroeders namen de naam van het hotel mee en zo werd het Eastern Hotel getransformeerd tot het Eastern & Oriental Hotel. Reeds spoedig werd het in de wandeling het E & O hotel genoemd.

Tigran en Martin Sarkies keken verder dan hun neus lang was en ze besloten om in een ander deel van The Staits Settlements even-eens een hotel op te zetten. Hun oog viel op een ietwat verlopen villa op de hoek van de Beach Road en de Bras Basah Road in Singa-pore. Het nieuwe hotel werd in december 1887 geopend. De gebroeders hadden besloten het etablissement te vernoemen naar de stichter van Singapore: Raffles. Na een aantal verbouwingen die het hotel steeds luxueuzer maakten werd het rond de voorlaatste eeuwwisseling wereldberoemd. Zo was dit het eerste hotel in Singapore met elektriciteit, opgewekt met een stoomturbine die zich in het pand zelf bevond.

In Birma waren de gebroeders verantwoordelijk voor de oprichting van het luxueuze Strand Hotel te Rangoon (1901). Ook dit superde-luxe hotel doet anno nu weer als zodanig dienst.

Tua Peh Kong Tempel

De geschiedenis van deze tempel gaat terug tot in 1870. Destijds werd er een bescheiden houten gebouwtje opgetrokken door de leden van de lokale Chinese gemeenschap. Enkele jaren later, in 1897, werd de tempel herbouwd maar nu grootser van opzet en met alle typi-sche kenmerken van een Chinese tempel. De dakpannen, de vloertegels, de gordingen en de versieringen werden geïmporteerd uit China. Een beeld van de Chinese godheid Tua Peh Kong werd speciaal voor deze tempel gemaakt in Amoy. In maart 1928 vond er een grote brand plaats die bijna geheel Sibu in as legde. Als door een wonder werd de tempel gespaard. In 1942 werd Sibu bezet door de Japanners. Tijdens de oorlog werd de stad door de geallieerden gebombardeerd en daarbij werd de tempel helaas niet gespaard. Gelukkig werd het beeld van Tua Peh Kong tijdens deze aanval niet beschadigd. Na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog werd er opnieuw een bescheiden houten tempel neergezet op de plaats waar ooit de trots van de Chinese gemeenschap in Sibu stond. In 1957 waren er opnieuw genoeg middelen om een nieuwe tempel op te richten. De plechtige opening vond plaats in tegenwoordigheid van de toenmalige Britse gouverneur van Sarawak, Sir Abell. Sindsdien is de Tua Peh Kong tempel herhaaldelijk uitgebreid en verfraaid. Vooral de pagode van zeven verdiepingen, gewijd aan de godin van de genade Kuan Yin, gebouwd in 1987, is zeer karakteristiek en maakt dat het gebouw van ver zichtbaar is.

Rumah panjang oftewel langhuizen

Ze zijn op palen gebouwd en staan meestal op de oever van een rivier. De rivieren dienen in Borneo vaak als wegen. Het is eigenlijk één langwerpig bouwsel. De omvang van een huis wordt bepaald door het aantal pintu (deuren). Als iemand zegt: ‘Ik kom uit rumah panjang Biru’, dan zal men aan hem of haar vragen: ‘Berapa pintu?’ (Hoeveel deuren?). In een langhuis heeft ieder gezin heeft zijn privé-vertrekken. Eigenlijk is alleen de voorgalerij gemeenschappelijk. Hier is men vaak bezig met het boeten van netten, met vlechten, met het verwerken van bosproducten of het weven van ikat. Ook feestvieren gebeurt hier. Een bezoek aan een langhuis kan uitsluitend op uitnodiging. Ga nooit op eigen initiatief. Als u bij een langhuis aankomt en er ligt of staat een bos dorre takken op de kade en/of er hangt een witte vlag, dan is zo’n huis pantang en zijn buitenstaanders niet welkom. Dan is er hoogstwaarschijnlijk pas iemand overleden of heeft een andere vorm van ongeluk het langhuis getroffen. Mocht u besluiten om geschenken mee te nemen, wat op zich een teken van respect is, neem dan geen rommel mee. Zoet snoepgoed is bijvoorbeeld slecht voor kindergebitjes. Bedenk een alternatief in de vorm van kleurboekjes en dito potloden of iets dergelijks. Vraag aan uw begeleider wat wenselijk en nuttig is. Hou er rekening mee dat ook in de rumah panjang de tijd niet stil heeft gestaan. De inwoners zijn net als u en ik 21e-eeuwers en beschikken over elektriciteit, koelkast, radio en televisie.

Neem wel als het even kan uw eigen eten mee, bijvoorbeeld een paar zakjes beras en wat vlees en groenten in blik. Als u van de pot mee eet, bedenk dat u gast bent op een plek waar men leeft op basis van zelfvoorzienende landbouw. Eet en drink altijd wat u aangebo-den wordt (of doe alsof). Als u in het langhuis aankomt, vraag zeker toestemming om het pand te mogen betreden en breng zo snel mo-gelijk na aankomst een beleefdheidsbezoekje aan de ketuah rumah (het dorpshoofd). Mishandel de aanwezige huisdieren niet. Aziaten zijn makkelijke slapers. Ga er dus maar van uit dat u ergens een matje toegewezen zult krijgen om de vermoeide leden op te strekken.

Als er vreemden op bezoek komen, dan organiseert men meestal een feestje. Dat gaat vergezeld van veel rijstwijn. Men houdt ervan om zo’n mat saleh onder de spreekwoordelijke tafel te drinken. In het begin van de avond vindt er soms een miringceremonie plaats. Deze moet worden uitgevoerd door de gast. Het is een offer aan de goden om slechte invloeden te weren. De gastheer zorgt voor de ingredi-enten: zout, tabak, kleefrijst, gepofte maïs, eieren en tuak. Dit alles wordt in een bepaalde volgorde op een grote schaal gelegd. Met de drank brengt men een plengoffer. De gast geeft daarna de zegen met een (levende) kip – die de hele ceremonie trouwens zonder be-schadigingen overleeft. De offerschaal wordt daarna aan de elementen overgelaten. Soms is er dan nog een toespraak van de ketuah rumah (waar niemand naar luistert), gevolgd door een toespraak van de gast (waar iedereen naar luistert). Daarna begint het feest met traditionele muziek en dans. Als de langhuisbewoners uitgedanst zijn, bent u aan de beurt. Ga gerust uw gang. Het kan niet gek genoeg zijn, ze zullen het prachtig vinden! Voor verlegen mensen zijn een paar extra glazen tuak van harte aanbevolen. Als u genoeg gedronken hebt kunt u weigeren door met twee vingers op de rand van uw glas te tikken. Later op de avond komen de gettoblasters tevoorschijn en dan wordt er geswingd tot in de kleine uurtjes.

Als u de volgende dag, al dan niet met een kater wakker wordt, zult u tot de ontdekking komen dat u slechts omringd bent door oude mensen en kleine kinderen. Alle anderen die gisteravond samen met u uit de bol zijn gegaan, staan reeds lang te werken op het veld. Vrijblijvend advies: neem voor het ontbijt een bad in de rivier (draag daarbij wel een zwembroek of een badpak). Zéér efficiënt tegen een kater.

Wat is ikat?

Vóór men begint met weven worden de draden eerst met een speciale techniek geverfd. Ze worden met strengen samengebonden. Een gevolg daarvan is dat de verf op die bepaalde plaatsen niet kan doordringen. Vervolgens worden de draden in verfstof gedompeld. Daarna laat men het geheel drogen. Soms worden de strengen meermalen en met meerdere kleuren verf behandeld.

De weeftechniek. Men begint met het spannen van een schering op een weefraam. Er is sprake van drie verschillende technieken. Bij schering ikat (1) worden de gekleurde draden op het raam gespannen. De draden die daarna worden aangebracht (de inslag), zijn effen van kleur. Om het patroon te behouden moeten de scheringdraden nogal kort op elkaar zitten. Het resultaat van deze techniek is een nogal stugge stof. Vervolgens is er de inslag ikat (2). Hier is als het ware sprake van het omgekeerde. De schering is effen en de inslag is gekleurd. Deze techniek is moeilijker. Men moet de aandacht erbij houden. Men bouwt het patroon als het ware op. Omdat er in zijn totaliteit minder draden in verwerkt zijn, is deze stof een stuk soepeler. Ten slotte is er nog de dubbele ikat (3). In dit geval is zowel de schering als de inslag gekleurd. Deze techniek is uiteraard de moeilijkste. U zult begrijpen dat dubbele ikat het mooiste is, de soepelste stof oplevert en dat deze meesterwerkjes van weefkunst het kostbaarste zijn.

De ikat weeftechniek is waarschijnlijk al meer dan duizend jaar oud. De Aziatische versie is vermoedelijk ontstaan in China en heeft zich van daaruit verspreid over geheel Azië. De benaming ikat is Indonesisch/Maleisisch. Onafhankelijk van Azië is deze weeftechniek ooit ook in Latijns-Amerika ontstaan.

Gewoonlijk is een ikat tweekleurig, maar er komen ook versies in meerdere kleuren voor. Ook als u zich een ikat aanschaft bij de bron, in het langhuis zelf en/of bij de betrokken weefster, is het niet echt goedkoop. Het produceren van deze stof is behoorlijk arbeidsintensief. Ikats kunnen gemaakt zijn van katoen of bestaan uit een combinatie van katoen en zijde. Opgepast! Ikat is meestal gekleurd met natuurlijke kleurstoffen en mag bijgevolg niet nat worden, anders beschadigt u de patronen.