Sarajevo

Swipe

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

Het gebied waar nu Sarajevo ligt was in de steentijd reeds bewoond. In de negentiende eeuw werden er vlak bij Ilidža, ten westen van Sarajevo resten gevonden van de bijna 5000 jaar oude Butmircultuur, genoemd naar de nederzetting waar de resten werden gevonden. De vondsten, voornamelijk overblijfselen van keramiek, gereedschap en wapens, zorgden voor opwinding in de archeologische wereld. Ze zijn nu in het Nationale Museum (zie: Novo Sarajevo en Novo Grad) te zien.

In de bronstijd, rond 2400 voor Christus, verdween de Butmircultuur, waarschijnlijk omdat het gebied door de Illyriërs veroverd werd. De Illyriërs leefden verspreid over de westelijke Balkan en worden door verschillende hedendaagse naties, zoals de Albanezen en de Kroaten als hun voorvaderen beschouwd. In het dal van de Miljacka hadden ze verschillende nederzettingen, waarvan Debelo brdo (Dikke Heuvel) op de plek waar nu de oude stad ligt de belangrijkste was. Hier zijn resten van een Illyrisch fort uit de late ijzertijd gevonden.

Hoewel de Illyriërs uitzonderlijk lang stand wisten te houden, veroverden de Romeinen onder leiding van keizer Tiberius rond het begin van onze jaartelling het gebied. Tijdens de Romeinse overheersing was het huidige Bosnië een deel van de provincie Dalmatia. De hoofdweg, van de Dalmatische steden aan de kust naar de noordelijker gelegen provincie Pannonia, ruwweg het huidige Hongarije, liep door het dal van de Miljacka. Verschillende nederzettingen langs deze weg zijn teruggevonden, waarvan Aquae Sulphurae, bij het huidige Ilidža, de belangrijkste was. Nog steeds zijn hier overblijfselen van Romeinse villa’s, badhuizen en mozaïeken te vinden.

Middeleeuwen

Hoewel details over hun omzwervingen en vestiging een mysterie blijven, wordt over het algemeen aangenomen dat de Slaven zich in de zevende eeuw in Bosnië gevestigd hebben. In Byzantijnse geschriften zijn aanwijzingen te vinden voor enkele Slavische nederzettingen in de buurt van Sarajevo, maar tot de Osmaanse tijd was het gebied zeer dunbevolkt. Rond de tiende eeuw begint er een vroege vorm van feodale organisatie te ontstaan, die de stamorganisatie verving. Het gebied stond toen onder bewind van de Servische staat Raška. Na de Serviërs nam de hertog van Dalmatië het bestuur enige tijd over, waarna de Bulgaren ten tonele verschenen. Vanaf de twaalfde eeuw twistten het Byzantijnse Rijk en Hongarije over het gezag in Bosnië. Er was toen al wel een eigen gouverneur (ban), die veel macht in het gebied had.

In 1180 verklaarde ban Kulin zich onafhankelijk van Hongarije en vestigt Bosnië zich als een relatief sterke regionale macht. Het centrum van de Bosnische staat was gesitueerd in de Vrhbosna-regio, met als belangrijkste steden Hodiéed, Kotorac, Vrhbosna en Trgovište, allemaal vlakbij het huidige Sarajevo. Omdat de Katholieke noch de Orthodoxe Kerk dit onherbergzame gebied effectief konden controleren, ontwikkelde zich een eigen kerk, los van Rome en Constantinopel. Over de aard van deze Bosnische Kerk bestaat zeer veel discussie. In de tuin van het Nationaal Museum zijn nog grafstenen uit deze periode te vinden.

Na de dood van ban Kulin werd Bosnië de speelbal in de belangenstrijd tussen de edelen. Uiteindelijk won de Kotromanic-clan de strijd. Zij breidden het grondgebied van Bosnië verder uit; ook Hum (Herzegovina) kwam onder hun gezag. Na de dood van de laatste Kotromanic in 1391 ontstond een onoverzichtelijke overgangssituatie naar het gezag van de Osmanen.

Osmaanse tijd

In de vijftiende eeuw breidde het gezag van de Osmanen op de Balkan zich in hoog tempo uit. Rond 1450 veroverden zij ook het gebied rond het huidige Sarajevo. De eerste bekende Osmaanse gouverneur (beg) van Bosnië was Isa-beg Išakovic, die het dorpje Brodac als plek voor de nieuwe provinciale hoofdstad koos. Hij liet een moskee (Carova džamija), een badhuis, een brug, een herberg, een marktplaats en een kasteel (Saraj) voor zichzelf bouwen. Sarajevo was gesticht.

Al snel groeide de stad uit tot het belangrijkste centrum van de regio. Veel christenen bekeerden zich tot de islam, maar er verschenen ook orthodoxen en sefardische joden, die uit Spanje gevlucht waren. Sarajevo werd een stad met vier religies. Onder Gazi Husrev-beg (1480-1541) werd het grootste deel van de huidige oude stad gebouwd. Tijdens zijn bewind werd Sarajevo een van de modernste steden van Europa. In de zeventiende eeuw groeide de bevolking tot 80.000 zielen en Sarajevo werd na Istanbul de belangrijkste stad van het Europese gedeelte van het Osmaanse Rijk.

Aan het eind van de zeventiende eeuw begon het verval van het Osmaanse Rijk. In 1697 werd de stad geplunderd door prins Eugène van Savoye en moest weer vanaf de grond worden opgebouwd. De zetel van het bestuur was toen al naar Travnik verplaatst. De stad verviel in chaos, maar het intellectuele leven had daar niet onder te lijden. De stad bracht grote denkers voort, zoals Mula Mustafa Bašeskija.

In de negentiende eeuw brokkelde gezag van de sultan nog verder af en de chaos werd zo groot, dat in 1878 op het congres van Berlijn besloten wordt het bestuur van Bosnië aan het Habsburgse Rijk over te dragen, hoewel het gebied op papier onder de sultan bleef vallen.

Habsburgse tijd

Hoewel de overdracht aan Oostenrijk-Hongarije op lange termijn gunstig is geweest voor Bosnië en Sarajevo, leidde het in 1878 tot grote opstanden onder de bevolking. Het land bleef officieel bij het Osmaanse Rijk horen, maar Oostenrijk-Hongarije voerde het bestuur. De Habsburgse periode kenmerkte zich door industrialisatie, economische ontwikkeling en sociale en politieke veranderingen. Ook in architectonisch opzicht waren er grote veranderingen in de stad. Brede straten en statige gebouwen werden aangelegd. Het grootste deel van het huidige ‘Centar’ is in deze tijd gebouwd. Ook werd het Latijnse schrift ingevoerd en Sarajevo werd de eerste Europese stad met een tramsysteem.

In 1908 werd Bosnië definitief door Oostenrijk-Hongarije geannexeerd. De Oostenrijkse politiek in Bosnië was erop gericht religieus geïnspireerd nationalisme, zoals al bekend uit Servië en Kroatië, tegen te gaan. Benjamin Kállay, de gouverneur van Bosnië, deed zijn best de Bosniërs en vooral de vertegenwoordigers van de geloofsgemeenschappen voor de Oostenrijks-Hongaarse politieke doelen te winnen. Om invloeden van nationale bewegingen tegen te gaan, droeg hij een idee van Bosnisch-zijn uit, waarin alle confessionele groepen geïntegreerd waren. Op die manier probeerde hij het uit Servië overwaaiend Slavisch nationalisme bij de Bosnische Serven tegen te gaan.

In 1914 schoot de Servische nationalist Gavrilo Princip in Sarajevo de Habsburgse kroonprins Franz Ferdinand dood. Zijn commentaar luidde: “Ik ben een Joegoslavische nationalist en mijn doel is eenheid van alle Joegoslaven. Het kan me niet schelen wat voor staatsvorm het krijgt, als het maar vrij is van Oostenrijk.” De moord was de directe aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog.

Joegoslavië

Na vier bloedige jaren werd Sarajevo onderdeel van het koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. Het belang van de stad was sterk afgenomen. Tijdens het interbellum breidde de stad zich nauwelijks uit. Centraal in de politiek van het koninkrijk, dat in 1923 Joegoslavië ging heten, stond de machtsstrijd tussen Serven en Kroaten. Bosnië had nauwelijks een rol van betekenis.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Bosnië een onderdeel van de fascistische Kroatische staat van de Ustaša’s. Veel van de Serven en joden uit Sarajevo werden gevangengenomen en gedood. In 1941 werd door groepen van de bevolking van Sarajevo verzet geboden tegen de wreedheden van de Ustaša’s. Het verzet in de stad werd geleid door de partizaan Walter Peric. Hij stierf tijdens het gevecht op de dag van de bevrijding van Sarajevo, 6 april 1945. Sindsdien is hij uitgegroeid tot een icoon van de stad.

Na de bevrijding werd Sarajevo de hoofdstad van de republiek Bosnië binnen de Federale Socialistische Republiek Joegoslavië. De enorme wooncomplexen Novo Sarajevo en Novi Grad zijn in deze tijd gebouwd. Tegelijkertijd ontwikkelde zich de industrie. Sarajevo werd weer een van de belangrijkste steden van de Balkan. In de communistische tijd groeide de stad van 115.000 naar 430.000 inwoners. Het was een van de belangrijkste centra van cultureel leven in Joegoslavië en de stad stond bekend om zijn hippe uitgaansscène.

In 1984 was Sarajevo even het centrum van de wereld. In de strijd om het binnenhalen van de Olympische Winterspelen had het Sapporo in Japan en Göteborg in Zweden verslagen. De spelen zorgden voor een enorme opleving van het toerisme.

Burgeroorlog

Na Slovenië en Kroatië verklaarde op 5 april 1992 ook Bosnië zich onafhankelijk van Joegoslavië. In de weken voorafgaand aan de onafhankelijkheidsverklaring was Sarajevo het toneel van demonstraties. Bij een van deze demonstraties viel het eerste slachtoffer van de Bosnische burgeroorlog, de Kroatische studente Suada Dilberovic. Intussen hadden troepen van het Joegoslavische volksle-ger zich in de bergen gegroepeerd.

De stad werd drie jaar lang belegerd vanuit de omliggende bergen. De straten waren het domein van sluipschutters. De bewoners leefden zonder elektriciteit en verwarming en er was groot gebrek aan water, medicijnen en voedsel. Tijdens het beleg werden ongeveer 11.000 mensen gedood en meer dan 50.000 verwond. Zeer veel gebouwen raakten beschadigd of brandden volledig uit, zoals het parlementsgebouw en de Nationale Bibliotheek. Hierbij gingen meer dan zevenhonderd zeldzame boeken in vlammen op.

Officieel stond de stad onder VN-bescherming, maar de internationale troepen deden weinig tot niets om de bevolking te beschermen. Wel controleerden ze het vliegveld, de enige leemte in de Servische omsingeling, maar uit angst voor beschietingen werd de inwoners van Sarajevo niet toegestaan het vliegveld te gebruiken. Het leger bouwde daarom een tunnel voor de bevoorrading van de stad onder het vliegveld door. Een deel hiervan is nog te zien in het Tunnelmuseum.

Pas toen in 1995 de markt beschoten werd en er in één keer 37 burgerslachtoffers vielen, besloot de NAVO op instigatie van de regering-Clinton over te gaan tot luchtaanvallen, waardoor de belegering deels verbroken werd. Niet lang daarna werd in het Amerikaanse Dayton een vredesakkoord getekend, waarin de huidige status van Bosnië is vastgelegd. Op 29 februari 1996 werd de belegering officieel beëindigd.

Onafhankelijk Bosnië-Herzegovina

De daaropvolgende jaren stonden in het teken van de wederopbouw. Inmiddels is het grootste deel van de stad herbouwd en zijn de meeste kogelgaten weggehaald. Er blijft echter één groot probleem: nog lang niet alle landmijnen zijn opgeruimd.

De emotionele wonden zijn nog diep. Het multi-etnische karakter, dat de stad zo bijzonder maakte, is verdwenen. De Serviërs hebben de stad verlaten en wonen in het verre Dobrinja. Ook Kroaten wonen meestal in aparte wijken. Negentig procent van de bevolking van Sarajevo zijn nu Bosnjakken. De kloof tussen de bevolkingsgroepen lijkt wel onoverbrugbaar. De stad is het symbool geworden van een zinloze oorlog en juist daarom is er de internationale gemeenschap veel aan gelegen hem zo snel mogelijk weer op te bouwen. Dit geldt niet alleen voor de zichtbare schade, maar ook voor de emotionele schade van honderdduizenden mensen. Miljarden euro’s worden gedoneerd voor projecten, die de bevolkingsgroepen weer bij elkaar moeten brengen.

Ook de lokale overheid probeert de stad nieuw elan te geven. Het onlangs opgeleverde Bosmal City Centar, met de hoogste wolkenkrabber van de Balkan en de nieuwe snelweg tussen Sarajevo en Visoko zijn hier voorbeelden van. De stad bloeit langzaam maar zeker op. Al in 1995 werd het eerste Internationale Filmfestival Sarajevo gehouden, dat inmiddels is uitgegroeid tot het grootste filmfestival van de Balkan. Ook het toerisme komt langzamerhand op gang. De stad heeft nu zijn zinnen gezet op het organiseren van de Olympische Winterspelen in 2014 of 2018. Iedereen hoopt dat de stad tegen die tijd de uitstraling van 1984 weer terug heeft.

10 prachtige bestemmingen in Geschiedenis en Bosnië en Herzegovina