Tucumán en omstreken

Swipe

De stad Tucumán

De wieg naar de onafhankelijkheid 

San Miguel de Tucumán is de eigenlijke benaming van de hoofdstad van de provincie Tucumán. Met ruim 700.000 inwoners en gesticht door de Spanjaarden in 1565 langs de handelsweg van Santa Fe, Córdoba en Salta naar Bolivia en Peru. Toen in 1816 de onafhankelijkheid van Argentinië een feit werd, gebeurde dit in deze stad. Want enkele jaren ervoor had generaal Belgrano in 1814 rondom Tucumán de beslissende slag tegen de Spanjaarden gewonnen. Daarom tekende hier een delegatie van alle Argentijnse provincies de onafhankelijkheid en een grondwet. Dit gebeurde op 9 juli 1816. Het gebouw waar dit plaatsvond is nu een museum. Daardoor heeft de stad de bijnaam gekregen van, ‘de wieg naar de onafhankelijkheid’

Rond 1821 startte bisschop José E. Colombres met de exploitatie van rietsuiker, zo ontstond er een bloeiende economie in deze provincie die bestond uit suikerrietplantages en het verwerken ervan. Ook had deze provincie in de 19de eeuw een grote tabaksindustrie, mede door deze industrieën groeide en bloeide de stad enorm. Helemaal toen er in 1874 een spoorlijn naar Córdoba werd aangelegd, werd Tucumán hét handelscentrum van het noorden. Vele belangrijke gebouwen, die je in de stad ziet, zijn in die periode gebouwd. 

Franse stadsontwerpers gaven het gezicht aan de stad 

Het interessantste deel van de stad ligt rondom Plaza Independencia, waar mooie in ‘Franse stijl’ gebouwde herenhuizen staan

Rondom Plaza Independencia zijn enkele sfeervolle voetgangersstraten, Calle Buenos Aires, die San Martín kruist en dan Muñecas heet. En Mendoza vanaf 25 de Mayo. Deze laatste is de gezelligste winkelstraat. 

Maar eerst een kennismaking rondom Plaza Independencia, want er staan enkele opmerkelijke en interessante gebouwen. 

Aan de kant van San Martín tussen Laprida en 25 de Mayo zie je enkele prachtige herenhuizen. Allereerst nr. 427 met een opvallende façade in Spaanse barokstijl en een mooi balkon, maar kijk vooral naar boven naar de dakrand met al die kleine beeldjes. Loop even naar binnen over de sierlijke patio vol met kleurrijke mozaïeken en tegelwerk. 

Het huis ernaast is de Jockey Club (voor leden), maar er is ook een restaurant, dat voor iedereen toegankelijk is. Je kunt zonder problemen naar binnen gaan, via een mooie hal met veel marmer en hoge spiegels neem je de statige trap. Op de eerste etage is het restaurant en de club. Je krijgt hier precies een idee hoe het rond 1930, Les Années Follies, in Argentinië geweest moet zijn. Weer buiten loop je door naar 25 de Mayo daar heb je op de hoek Iglesia San Francisco, een wat pompeuze kerk met een klooster ernaast, gebouwd eind 19de eeuw. Aan de overkant staat Casa de Gobierno een imposant gebouw uit 1910 (de ingang is om de hoek op San Martín). Daarnaast staat Casa Padilla, een huis uit 1880 en een van de fraaiste gebouwen in de Italiaanse stijl. Het behoorde tot 1972 aan de familie Padilla en nu is het een museum. Binnen kun je goed zien hoe een belangrijke familie uit de vorige eeuw hier woonde.

Open van di. t/m zo. van 9-13 uur. Ingang is in 25 de Mayo 50.  

Aan de andere kant op de hoek van Calle 24 de Septiembre en Congreso staat de kathedraal. Het is een neoclassicistisch bouwwerk met veel romantische barokelementen en gebouwd in 1847. Zij heeft de bijnaam van ‘kerk met de 100 zuilen’, erg overdreven omdat alleen de hoofdingang op een Griekse tempel lijkt. Ga wel naar binnen, want het is de moeite waard. Het plafond en de fresco’s aan de muren geven je een ‘Sixtijnse-kapelgevoel’. Bij de doopvont staat nog het originele houten kruis uit 1565, dat werd geschonken toen de stad werd gesticht. De kathedraal behoort met die van Córdoba en Buenos Aires tot de oudste van Argentinië. Ga na al die impressies wat genieten op een van de banken op het plein, tussen de grote schaduwrijke cipressen, sinaasappelbomen en palmen. Omringd door verzorgde bloemperken en fonteinen zie je de opvallende beelden van de beeldhouwster Lola Mora en in het midden van haar het beeld dat de onafhankelijkheid symboliseert. En nu eens niet een beeld van generaal San Martín te paard! 

Waar de onafhankelijkheid werd getekend 

Je slaat nu bij Plaza Independencia, Calle Congreso in, waar op nr. 56 Museo Histórico de la Provincia is gehuisvest. Hier woonde o.a. president Nicolás Avellaneda (president van 1874-1880) en andere bekende personen uit deze streek. Het was in die tijd een van de eerste gebouwen in de stad met twee verdiepingen. Je krijgt in dit museum een duidelijk overzicht aan de hand van meubels, geldstukken, voorwerpen en archeologische vondsten wat er zich allemaal in de provincie afspeelde.

Open van ma. t/m vrij. van 9-12.30 en van 15-17.30 uur. Zaterdag van 9-12 uur. 

Twee huizen verder, het valt vrijwel niet op vanwege dat beneden veel ramen dichtgespijkerd zijn, ex hotel Congreso. Maar kijk eens naar boven, een mooi staaltje van Art Nouveau architectuur. Tot de jaren veertig, vijftig van de vorige eeuw was dit hét hotel van de stad. Jammer toch dat zo'n gebouw in verval is geraakt?

Bij het volgende blok aan je rechterhand heb je misschien wel het beroemdste huis van Argentinië, Casa de la Independencia (het huis van de onafhankelijkheid). 

Het gebouw is met uitzondering van de kamer waar het verdrag getekend werd, in 1902 met de grond gelijkgemaakt en pas in 1943 weer geheel in oude koloniale stijl herbouwd. Het heeft prachtige ruime patio’s en geeft een goed overzicht van wat er zich op 9 juli 1816 heeft afgespeeld. Want toen werd hier de onafhankelijkheid van Argentinië getekend. El Salon de la Jura is de belangrijkste zaal waar aan de muur een wandschildering van de overdracht met alle afgevaardigden. Ze hebben er wel alles bijgehaald bijvoorbeeld, dé tafel, dé stoelen, schrijfattributen én de kamer waarin de ondertekening heeft plaatsgehad. Voor de Argentijnen is dit museum heel belangrijk.

 Elke dag open van 10 -18 uur. Elke avond is er om 20.30 uur een lichtshow op de binnenplaats. Niet echt spectaculair!. 

Rondom het museum is de Paseo de los Artesanos (een markt waar je leuke ambachtelijke spullen kunt kopen). Je gaat bij Calle San Lorenzo naar rechts en meteen bij 9 de Julio ook weer rechts. Daar zie je een groot, pompeus wat neoclassicistische kerk, Iglesia Santo Domingo, gebouwd in 1884, die imposanter overkomt dan de kathedraal. 

Bij het volgende blok na C. Alvarez op nr. 48 is ook een mooie façade, thans Museo de Bellas Artes en ontworpen door de Belgische architect A. Pelsmaekers in 1905. Er hangt voornamelijk werk van belangrijke moderne schilders uit de provincie, maar ook van Quinquela Martín, Soldi en Silva.

 Open van ma. t/m vrij. van 10-13 en van 16-20 uur. 

Vanzelf kom je weer terug op Plaza Independencia, daar ga je bij Av. 24 de Septiembre naar rechts richting Av. Saenz Peña. Een blok verder aan de overkant op de hoek van Rivadavia staat de Iglesia La Merced. Op het eerste gezicht is binnen niets interessants te zien, maar kijk eens naar het plafond! Rondom de bijna 60 vitrines zie je de bevrijding van Argentinië geschilderd. Het zijn de gevechten bij de stad Tucumán op 24 september 1812 onder leiding van generaal Belgrano. 

Lola Mora 

De bekendste beeldhouwster van Argentinië is Lola Mora, geboren in 1866 op een boerderij in de buurt van de stad Tucumán. Zij vertrok op haar dertigste naar Italië, waar zij de schilder- en beeldhouwkunst leerde. In haar eigen land werd ze pas beroemd met het beeldhouwwerk ‘Fuente de las Nereidas’. Een enorm pompeus beelhouwerk rondom een fontein in Buenos Aires. Zij werd aanbeden door én bekritiseerd om haar controversiële beeldhouwkunst. Vaak is haar werk een balans tussen obsceniteit en kunst. Vrouwenlichamen zijn overal in haar werk terug te vinden. Steden als Tucumán en Jujuy en het congresgebouw in Buenos Aires hebben werk van haar. In 1915 stopte ze met beeldhouwen na weer zoveel kritiek, toen de stad Rosario haar een unieke opdracht had gegeven. Ze overleed arm en eenzaam in 1936 te Salta (zij woonde waar nu café Van Gogh is, aan het centrale plein). 

Uitgaan, flaneren en lekker eten: het andere Tucumán 

Als een stad een universiteit heeft krijgen bepaalde straten of wijken een eigen sfeer met cafés, restaurantjes en culturele activiteiten. Zo ook in Tucumán nl. Barrio Norte. De belangrijkste straten van jong, hip en cultureel Tucumán zijn 25 de Mayo, Laprida en Maipú vanaf Corrientes tot aan Plaza Urquiza. Het zijn niet alleen straten met een goed uitgaansleven, maar je ziet er ook prachtige neokoloniale huizen, mooie moderne flats en goede winkels. Het is er heerlijk flaneren. 

Calle 25 de Mayo is tot Corrientes een echte design- en modestraat. Hier is het net een beetje Palermo Soho in Buenos Aires, wat modieuse winkels betreft.

Op de hoek met Córdoba staat misschien wel het meest aparte gebouw van de stad: het postkantoor. Helemaal in Moorse stijl met gotische trekjes. Gebouwd in 1939! Als je hier in de lente door de straat wandelt zie je veel lapachobomen in bloei met prachtige paarse bloemen. 

Net voorbij Corrientes staat de kerk Nuestra Señora de Lourdes. Gerealiseerd in 1922(!) (de Notre Dame van Parijs diende als voorbeeld), nu is het een school. Bij Plaza Urquiza, een elegant plein en 's avonds een van de gezelligste pleinen die ik in Noord-Argentinië heb gezien, is het hart van Barrio Norte en sla je links Av. Sarmiento in. Je merkt wel als je verderop langs het casino, Teatro San Martín en de Legislatura loopt dat deze avenida in het begin van de vorige eeuw een belangrijke uitstraling had. Al deze gebouwen dateren uit begin 20e eeuw. Het was toentertijd de elegantste wandelstraat van de stad. Wil je 's avonds meegenieten van het uitgaansleven, dan zou ik zeker in Maipú, Santa Fé (bij Plaza Urquiza) of Laprida uitgaan.

Je kunt terug wandelen via Maipú richting Av. 24 de Septiembre. Je komt dan vanzelf bij Mendoza uit, waar op de hoek een gezellige overdekte markt is, Mercado Norte. Je vindt er een grote gevarieerdheid aan etenswaren en je kunt er prima lunchen tussen de lokale bevolking. Iets verder in Mendoza richting Muñecas is rechts de grootste winkelgalerij die ik ooit in Argentinië gezien heb, Galeria La Gaceta. Een doolhof aan overdekte gangen met ontelbare boutiekjes en cafés. 

Parque 9 de Julio 

De stad heeft een enorm park nl. Parque 9 de Julio. Dit park is ontworpen door de tuinarchitect van Argentinië, de Fransman Carlos Taylor in 1916. Het is ruim 100 ha groot en je ziet er beeldhouwwerken van Lola Mora en er is een groot meer. Dit park heeft grote gelijkenissen met Parque Palermo in Buenos Aires. Je kunt een bezoek brengen aan Casa del Obispo Colombres, dit was het huis van de bisschop, die begin 19de eeuw met het exploiteren van suikerriet begon. Het is nu een museum, Museo de la Industria Azucarera, waar je nog wat attributen kunt zien, zoals een houten suikermolen (trapiche) maar echt interessant is het niet.

 Open van  9-13 en van 15-20 uur. 

10 prachtige bestemmingen in De stad Tucumán en Argentinië