De Patagonische kust

Swipe

Puerto San Julián

Puerto San Julián is een stadje met 7000 inwoners, 420 km ten zuiden van Comodoro Rivadavia aan de baai Bahia San Juan en de Atlantische Oceaan. Voor degenen die per auto van het noorden langs de kust naar het zuiden rijden is San Julián een goede onderbreking. Het stadje heeft een weidse uitstraling, dat zie je niet alleen aan vele laagbouw, maar ook aan de brede straten zoals Avenida San Martín en Piedrabuena. 

Het enige interessante is de historische waarde van deze plaats, ondanks het feit dat er pas in 1901 de eerste permanente bewoners kwamen. Al in 1520 zetten de eerste Europeanen hier al voet aan wal. Het was de expeditie van de Portugese ontdekkingsreiziger Magalhães, die hier wilde overwinteren. In deze streek leefden de Tehuelches-indianen. Nu wil het verhaal dat, toen Magalhães deze grote zwaargebouwde indianen zag, hij riep: ‘Ha Patagon’, waarmee hij ‘grote voet’ bedoelde, vanwege hun grote mocassins. ‘Pata’ betekent trouwens in het Spaans ‘voet’. Al na enkele dagen was er een muiterij en werden twee matrozen opgehangen op een eilandje aan het begin van de baai, nu ook wel Banco Justicia genaamd, want achtenvijftig jaar later in 1578 meerde hier voor de kust de ontdekkingsreiziger kapitein John Drake aan met zijn boot Pelican. Hij zou aan boord een diner hebben met zijn belangrijkste bemanningslid, de adellijke Thomas Doughty, kapitein en tevens muiter. Het werd een galgenmaal, want Doughty werd daarna onthoofd, vrijwel op de plek waar Magalhães zijn muiters liet ophangen. Tot 1780 was hier een soort overslagplaats van goederen, totdat Anthonio de Viedma in april 1780 er een kleine nederzetting van maakte: Colonia de Floridablanca. In 1784 werd de nederzetting al weer verlaten. Op 17 september 1901 kwamen de eerste kolonisten en stichtten de stad San Julián. Het waren voornamelijk Schotse schapenscheerders. In 1905 werd hier door de Engelsen een van de grootste koelhuizen (Frigorifico Swift) van het land neergezet, dat tot 1963 heeft gefunctioneerd. Nu zie je alleen nog maar een verlaten gebouw, dat eens de trots van het land was. Per jaar hingen hier meer dan 200.000 schapen! 

Als je Avenida San Martín uitloopt richting de zee, zie je bij het strand een replica op ware grootte van de boot, 'Nao Victoria', waarmee Magalhães hier in 1520 aankwam. Het is een museum waar je de geschiedenis van deze ontdekkingsreiziger langs deze kust kunt volgen.

Elke dag open van 9-20 uur. 

Excursies rondom San Julián 

In de zomermaanden kun je met een boot door de baai van San Julián varen, waar je naar de eilandjes Banco Comorán en Banco Justicia gaat, niet alleen vanwege de historische achtergrond interessant, maar ook vanwege de zeer gevarieerde vogelkolonies, waaronder de grijze aalscholvers (Cormorán grises) en de vele pinguïns. Maar het allerleukste zijn de vriendelijke tonijnen die je begeleiden bij de boot.

Een andere mooie excursie is Circuito Costero, een tocht langs de kust naar enkele spectaculaire kliffen en natuurlijk gevormde balkons. Je eindigt bij de graftombe van Robert Sholl, een luitenant die aan boord van de Beagle van Fitz Roy in 1828 hier aan boord stierf. 

Maar echt historisch zijn de rotsschilderingen van de estancia La Maria, 150 km ten westen van de stad. De weg er naartoe is slecht. Je volgt de RP 25 en na 78 km heb je een afslag naar rechts, de RP 77, die naar deze estancia gaat. Wat je ziet zijn tientallen rotsholen, waarin allerlei rotstekeningen te zien zijn, zoals van handen, cirkels en abstracte vormen, maar ook van menselijke figuren in eenvoudige kleuren van rood, zwart, wit en geel. Ze zijn meer dan 10.000 jaar geleden geschilderd en het zijn de oudst gevonden afbeeldingen van Patagonië

 

Je kunt in San Julián aan de Saavedra 1168 (452-328) met de eigenaar Fernando Bhem een afspraak maken om er naartoe te gaan. Vervoer kan geregeld worden en je betaalt e 35 per persoon, alles inbegrepen (overnachting en eten).

10 prachtige bestemmingen in Puerto San Julián en Argentinië