Land en Volk

Inheems meisje
Inheems meisje

Guatemala is met zijn ruim tien miljoen inwoners het dichtstbevolkte land van Midden-Amerika en het enige dat grotendeels Indiaans is in taal en cultuur. De meeste inwoners behoren tot de ’indígenas’ (inheemsen). Officiële cijfers uit 1981 spreken van 42% Indianen, andere bronnen noemen 55 tot 60%.

De oorspronkelijke bevolking van Guatemala, de afstammelingen van de oude Maya’s, noemt men ‘indios’ Indianen, een naam die afkomstig is van de Spanjaarden en eigenlijk een scheldnaam is. Toen Columbus op 4 augustus 1492 met drie schepen en een 90 koppige bemanning uit Spanje vertrok, was hij op weg naar India. Toen hij landde, verkeerde hij in de veronderstelling dat hij ‘Las Indias’ bereikt had en noemde de bewoners dan ook ‘Indios’. Vele Spanjaarden beschouwden de Indianen als ‘een volk zonder ziel’ die alleen als slaven nuttig konden zijn. Vanwege deze geschiedenis spreken de Indianen zelf liever van naturales of indígenas, de inheemsen.

Vijfhonderd jaar lang werden de inheemsen onderdrukt en uitgebuit en dit is helaas tot op de dag van vandaag nog steeds het geval. Ondanks of misschien wel dankzij deze onderdrukking hielden zij sterk vast aan hun eigen waarden en normen die tot uiting komen in hun taal, religie, klederdracht en levenswijze. Zo zijn er twee gescheiden werelden ontstaan: de nationale cultuur van ladinos en blanken en de regionale culturen van de verschillende Indiaanse volkeren.

Het is moeilijk om een precieze beschrijving van de ladinos te geven; het zijn in ieder geval Guatemalanen die niet Indiaans zijn en zij vormen ruim 40% van de bevolking. De meeste ladinos zijn halfbloeden: zij hebben zowel Spaans als Indiaans bloed, wat oorspronkelijk meestal het gevolg was van verhoudingen tussen Spaanse soldaten en inheemse vrouwen. Inheemsen die naar de grote stad verhuisd zijn, weinig banden onderhouden met hun geboortedorp en hun Indiaanse manier van leven hebben opgegeven, worden ook tot de ladinos gerekend. Ze spreken Spaans en dragen westerse kleding; ze worden dan ook ‘indígenas ladinizadas’ (tot ladino geworden indiaan) genoemd.

Ladinos beschouwen zichzelf als behorende tot de nationale Guatemalaanse cultuur: zij spreken Spaans als eerste taal; dragen westerse kleding en zijn rooms-katholiek. De laatste jaren imiteren zij vooral de Amerikaanse levensstijl. De inheemse bevolking spreekt haar eigen taal, draagt de inheemse klederdracht en heeft een religie die een mengeling is van oude Maya-tradities en het katholieke geloof. Vanuit de Verenigde Staten zijn inmiddels evangelisten van meer dan honderd protestantse sekten naar Guatemala gekomen die proberen zowel de inheemse bevolking als de ladinos te bekeren. Zij prediken aanpassing aan de westerse cultuur en berusting in het lot, wat voor de inheemse bevolking verlies van de eigen cultuur betekent. De religieuze activiteit van deze sekten heeft ook politieke gevolgen: de leer van aanvaarding van de situatie verbiedt opstand en verzet, zodat de status quo gehandhaafd blijft. Zo’n 33% van de bevolking is inmiddels protestant.

De verhouding tusen ladinos en Indianen is vaak gespannen omdat de levensstandaard tussen de beide groeperingen enorm kan verschillen. Indiaanse meisjes zijn vaak hulp in de huishouding bij ladinogezinnen of bij blanke gezinnen en verdienen daarmee een hongerloontje. De ladinos hebben altijd al de meer leidinggevende functies in de maatschapij vervuld, zoals het drijven van handel en het bestieren van een zaak. De Indianen bleven landarbeiders op hun eigen stukjes land en op de plantages waar ze seizoenarbeid verrichten. In oppositiekringen wordt men zich echter bewust van de gemeenschappelijke strijd van Indianen en ladinos tegen de blanke elite.

De blanken, die zo’n 5% van de bevolking vormen, bekleden de topposities in de maatschappij; ze hebben hun eigen universiteit genoemd naar de eerste bisschop in Guatemala, Francisco Marroquín, en hun eigen privéscholen zoals het Colegio Americano. Heel vaak krijgen zij een opleiding in de Verenigde Staten.

Ondanks het feit dat de Indianen nog steeds in de meerderheid zijn, gaan er toch ook vrij veel op in de ladinobevolking als gevolg van veranderingen op het gebied van arbeidsomstandigheden, communicatie, onderwijs en enige industrialisatie. Door deze veranderingen wordt de band met de traditionele dorpscultuur losser.

Garífuna-gids Eddy uit LívingstonEr zijn echter ook nog andere bevolkingsgroepen. In Lívingston aan de Caribische kust woont de meerderheid van de Caribische bevolking die ook wel Garífuna genoemd wordt en slechts 1% van de bevolking vormt. Deze Cariben waren oorspronkelijk een Indiaanse bevolkingsgroep die zich op het eiland St.-Vincent ten noorden van de Venezolaanse kust en in het noorden van Zuid-Amerika gevestigd had. Aan het eind van de 18e eeuw brak er een opstand uit tegen de Engelse overheersers. Een deel van de Cariben werd naar het eiland Roatán voor de Hondurese kust verbannen van waaruit ze naar Guatemala, Honduras en Belize vluchtten. Hun cultuur is een combinatie van de Caribische, Spaanse en Afrikaanse cultuur. Qua ras zijn ze vooral Afrikaans. Hun eerste taal is Garífuna; als tweede taal spreken ze Spaans en als derde Engels. Bij hun begrafenissen komen de verschillende invloeden op hun religieuze gewoontes duidelijk naar voren: er wordt dagenlang gezongen en gedanst om de dode een plaats in de hemel te bezorgen.

Er zijn ook nog Engelssprekende zwarten, afstammelingen van arbeiders uit West-Indië, die hier aan het einde van de 19e eeuw naartoe gebracht waren. Zij moesten op de bananenplantages werken en de spoorweg bouwen. Zij leven nu nog langs de Caribische kust.

In de Petén-regio en in het naburige Mexico leven de Lacandón-Indianen geheel geïsoleerd in het tropisch regenwoud. Zij zijn nooit in aanraking gekomen met de Spanjaarden en ze spreken een taal die waarschijnlijk heel dicht bij de originele Maya-taal ligt. Tot enkele jaren geleden leefden de Lacandones nog zeer traditioneel in verspreide nederzettingen. Hun kleding bestaat uit lange, witte katoenen gewaden en zowel mannen als vrouwen dragen lang haar. Door de commerciële houtkap in het hun omringende tropische regenwoud komen ze tegenwoordig in aanraking met de westerse cultuur, die veel veranderingen teweegbrengt in hun gemeenschappen. Er leven niet zo veel Lacandones in Guatemala; de meesten wonen in de provincie Chiapas in Mexico. De op 23 december 1993 overleden Zwitserse Gertrude Blom, die in San Cristóbal de las Casas woonde, heeft een groot deel van haar leven gewijd aan deze bevolkingsgroep, die een cultuur heeft waarin dromen een grote rol spelen. Zij heeft deze mensen schitterend gefotografeerd en deed alles om hun oorspronkelijke cultuur te behouden. Tevens streed zij voor het behoud van het tropisch regenwoud. Dit alles is te vinden in het indrukwekkende fotoboek ‘Bearing Witness’ en in de prachtige roman ‘Het land van rood en zwart’ van Inez van Dullemen.

Andere onderwerpen

  • Flora en fauna

    Quetzal
    De vegetatie in het hoogland bestaat voor het grootste deel uit naaldbomen zoals cipressen, dennen en pijnbomen. Een klein gedeelte van het hout wordt als...
  • Landschap en klimaat

    Nevel tussen de jungle in de Petén-regio
    Guatemala is geografisch te verdelen in vier regio’s: het hoogland, de hellingen aan beide zijden, de Caribische en Pacifische kust-vlaktes en de Petén-regio. In...