De Dolomieten (Dolomiti)

Swipe

Zuid-Tirol

De streek Alta Badia behoort bij de Dolomieten, maar als u het kort wilt bezoeken kunt u dat het beste doen vanuit Bruneck (Kronplatz) of vanuit Brixen (Eisacktal). Er zijn schitterende rondritten te maken vanuit deze plaatsen. Alta Badia strekt zich ruwweg uit van Wengen, bereikbaar via weg 244 vanuit St.Lorenzen, tot Kolfuschg ten zuidwesten daarvan nabij het Grödner Joch, en tot aan Kurfar in het zuiden, de ‘hoofdstad’ van Alta Badia. Het is een prachtig gebied met veel woeste bergen, een ideale streek voor (berg)wandelaars, mountainbikers en bergbeklimmers. Ook bij wintersportliefhebbbers is het zeer geliefd. De wegen zijn er over het algemeen tamelijk smal, wat op veel plaatsen extra concentratie van de chauffeur vergt.

Gadertal (Val Badia)

Het Gadertal wordt, nét als Grödner Tal, een Ladinisch dal genoemd. Het zal u opvallen dat de plaatsen in de dalen geen twee, maar drie namen hebben. Ze worden aangeduid in het Italiaans, in het Duits en in het Ladinisch. Ook het overgrote deel van de bevolking spreekt (doorgaans alleen onder elkaar) Ladinisch. Het is een Reto-Romaanse taal waarvan de geschiedenis teruggaat tot de Romeinse tijd.

U kunt het dal inrijden vanaf St.Lorenzen nabij Bruneck via weg 244. Het eerste gedeelte van het dal, nog behorend tot het district Kronplatz, is zonder meer spectaculair te noemen, u rijdt als het ware door een kloof met aan uw zijde de supersnel stromende Gaderbach. Bij Zwisschenwasser krijgt u weer wat meer ruimte, het dal wordt breder maar het spektakel van de grillig gevormde rotspartijen blijft in de directe omgeving. Bij Zwisschenwasser kunt u ervoor kiezen om een klein uitstapje te maken naar St.Virgil, nabij Enneberg. U kunt er een bezoek brengen aan de laatgotische parochiekerk, die in 1764 barok werd gerenoveerd. Voor de liefhebbers beslist de moeite waard.

Boven St.Martin in Thurn torent het middeleeuwse Schloss Thurn uit, sinds 2001 ingericht als museum over de geschiedenis van de Ladini. In combinatie met het cultuurmuseum ‘Micurá de Rü’ kunt u er van alles te weten komen over de Ladinische culturen en andere wetenswaardigheden over de taal en de geschiedenis van de Ladini.

Een klein stukje verder in het dal ligt Wengen, een bekende wintersportplaats, waar het overigens ook in de zomer goed toeven is.

De gemeente Abtei bestaat uit diverse dorpen. Het heeft het hoogste percentage Ladinen binnen het gebied, bijna 96% van de inwoners hebben een Ladinische voorgeschiedenis. Vanuit Pedratsches kunt u met een kabelbaan naar 1840 meter hoogte. Een kruisweg voert naar de op bijna 2050 meter hoogte gelegen bedevaartskapel Heilig Kreuz (San Croce). Een bijzondere kruisweg, uw voettocht wordt ook nog eens beloond met een schitterend uitzicht. Vanuit het nog iets zuidelijker gelegen Stern kunt u de tocht geheel te voet maken.

In St.Kassian bevindt zich ook een klein museum: Pic Museo Ladin. Het geeft een beeld van het ontstaan van de Dolomieten en de rol die de Ladini speelden. Pronkstuk van het museum is het ongeveer 14.000 jaar oude skelet van een holenbeer die hier vroeger geleefd heeft, maar er zijn ook tal van in de omgeving gevonden fossielen te bewonderen. Net voordat u Kurfar bereikt kunt u naar rechts, via weg 243 en het Grödnerjoch aansluiting vinden bij het andere Ladinische dal, het Grödner Tal.

Dat het Gadertal zich in de loop van de jaren ontwikkeld heeft tot een toeristische trekpleister van betekenis wordt duidelijk in Kurfar. Tientallen hotels en pensions bieden onderdak aan de toerist die de spectaculaire natuur in deze omgeving op waarde weet te schatten. Overigens staat het gedeelte van het Gadertal tussen Kurfar en weg 48 beter bekend als Hoch Abteital (Alte Badia). Met het natuurpark Puez-Geisler, de Sellagruppe en het natuurpark Fanes-Sennes-Prags onder handbereik vinden wandelaar en wintersporter, fietser en mountainbiker hier een gebied om nog vaak naar terug te keren.

Het einde van het dal sluit, via Passo di Campologno, bij Arabba aan op weg 48 die deel uitmaakt van de grote Dolomietenroute tussen Bozen en Toblach. In 1987 werden daar, in een op 2800 meter hoogte gelegen grot bekend als het Conturines-hol, de resten gevonden van ongeveer 30 holenberen.

Grödner Tal (Val Gardena / Gherdëina)

U bereikt het Ladinische Grödner Tal, dat algemeen genoemd wordt als een van de mooiste dalen in de Dolomieten, via het Gadertal waar u enkele kilometers voorbij Abtei rechtsaf voor weg 243 kiest (in de winter doorgaans niet mogelijk) of via Klausen in het Eisacktal via weg 242dir, danwel iets ten zuiden van Klausen via Waidbruck en weg 242. Het dal is niet alleen een gekend wintersportgebied, gedurende de zomermaanden is het een geliefde bestemming voor wandelaars, mountainbikers en bergbeklimmers. Voor de liefhebbers van houtsnijkunst is het dal een absolute must. Van oudsher, toen het dal nauwelijks enige bekendheid genoot, de inwoners zeer arm waren en moesten leven van hetgeen het land gedurende de zomermaanden opleverde, beoefenen de inwoners deze kunst daartoe gedwongen zich zo een extra bron van inkomsten te verwerven. Nog steeds kunt u de kunstenaars op tal van plaatsen aan het werk zien. Ze werken in ateliers waaraan doorgaans een verkoopruimte grenst waar u de producten van hun arbeid kunt bewonderen en aanschaffen.

Het dal is al vele jaren uit het vroegere isolement verlost en wordt graag bezocht, zowel gedurende de zomermaanden als in de winter. Meer dan 80 liften en kabelbanen brengen de liefhebbers op hoogten tot rond de 2500 meter.

Vanuit het Gadertal komend, zult u eerst het 2121 meter hoge Grödnerjoch moeten passeren. Het is een prachtige weg, maar voor onervaren bergrijders is het even opletten. Aan het einde van de weg gaat u naar rechts in de richting van achereenvolgens Wolken-stein, St.Christina en de hoofdplaats St.Ulrich.

U heeft twee redenen om een bezoek te brengen aan Wolkenstein, vooropgesteld dat u er niet verblijft om te wintersporten of te wandelen. Een smal pad voert naar burcht Wolkenstein, het (vervallen) slot van de familie Wolkenstein waaruit de zanger, dichter en componist Oswald von Wolkenstein (1377-1445) voortkwam. Het is een niet al te moeilijke klim die zeer de moeite loont. De nabij Wolkenstein gelegen St.Silvesterkapel wordt bezocht vanwege de fraaie fresco’s, meer dan 300 jaar geleden geschonken door de familie Wolkenstein. Voor de liefhebbers: in het gemeentehuis van Wolkenstein bevindt zich een dependance van het Ladinisch museum ‘Micurá de Rü’ (kijk bij: St.Martin in Thurn in het Gadertal).

St.Christina is ook al zo’n dorp waar zomer- en wintersporters graag verblijven en die daar ook alle faciliteiten daarvoor vinden. Het dorp ligt op 1427 meter hoogte, de kerk is de moeite van een bezoek waard. Dat deze ooit romaans gebouwd werd is nauwelijks meer terug te vinden, alleen de onderbouw van de toren verraadt dat. Renovaties in de 18e en 19e eeuw gaven de kerk zijn huidige gezicht. In de kerk bevinden zich, in een van de bijaltaren, relikwieën van St.Christina en St.Valentijn. Kasteel Fischburg kunt u alleen aan de buitenkant bekijken, maar is voor de liefhebber toch wel de moeite waard. Het complex is opgetrokken in renaissancestijl en werd gebouwd als zomerresidentie voor graaf Engelhardt Dietrich von Wolkenstein in de 17e eeuw.

Tussen St.Christina en St.Ulrich ligt op een verhoging het gotische kerkje gewijd aan St.Jakob. Behalve fraaie fresco’s waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 15e eeuw, kunt u er een prachtig altaar bewonderen dat in 1751 gereed kwam. Als u uw bezoek op een heldere dag aflegt dan krijgt u er het adembenemende uitzicht op de 3181 meter hoge Langkofel gratis bij.

St.Ulrich is de hoofdplaats van het Grödner Tal. Het heeft zeer Ladinisch ingestelde inwoners, bijna 84% van de inwoners hebben Ladinische voorouders. Sommige geslachten zijn dus al eeuwen oud. Veel over die achtergronden wordt uit de doeken gedaan in het Museum de Gherdëina. U kunt in dit streekmuseum, behalve natuurhistorische en archeologische zaken, ook veel werk van lokale kunstenaars bewonderen, al kunt u zich afvragen of u voor de houtsnijkunst wel naar het museum moet gaan. De geschiedenis van de in St.Ulrich geboren filmster en regiseur Luis Trenker (1892-1990) wordt er in elk geval op een unieke manier verteld.

Wandelaars kunnen via het oude spoorwegtraject dat in de Eerste Wereldoorlog werd aangelegd tussen Klausen en Plan de Gralba (op de aansluiting naar het Gadertal, de meest oostelijke wijk van Wolkenstein), de afstand tussen St.Ulrich en Wolkenstein te voet afleggen. Onderweg is het mogelijk om af te slaan en via de zogeheten ‘Planetenweg’ St.Christina te bereiken. Langs deze weg wordt het zonnestelsel op schaal getoond.

In de zomermaanden vindt er een tweetal evenementen in het dal plaats die voor de liefhebber bepaald niet te versmaden zijn. In juli en augustus vindt er een internationaal klassiek muziekfestival plaats waaraan orkesten uit de gehele wereld deelnemen. Aan het begin van augustus kunt u alle klederdrachten bewonderen die in het Grödner Tal gedragen worden. Een folkloristische optocht trekt door de straten en zorgt voor een buitengewoon kleurrijk schouwspel.

Rondje Sellagruppe (Gruppo di Sella)

Als u in het dal verblijft moet u zeker een rondje rond de Sellagruppe rijden, u zou het ook een vierpassenroute kunnen noemen. De rit is nauwelijks 35 kilometer lang maar u wordt getrakteerd op prachtige vergezichten en een schitterende natuur. Daarbij krijgt u meer dan 100 haarspeldbochten voorgeschoteld. U verlaat het dal even voorbij Wolkenstein in de richting van het Grödner Joch via weg 243. Aan het einde ervan gaat u rechtsaf naar Kurfar en de Passo di Campologno waarna u aansluiting vindt op weg 48. U gaat nu opnieuw rechtsaf naar Passo Pordoi. U blijft weg 48 volgen tot de afslag met weg 242 die u, via het Sellajoch weer terugbrengt naar het uitgangspunt.

Deze rit kunt u met nog eens zo’n 35 kilometer, twee passen en tientallen haarspeldbochten uitbreiden door aan het einde van weg 243 niet rechtsaf maar linksaf te slaan, richting Abtei. Voordat u die plaats bereikt gaat u, nabij La Villa, scherp naar rechts af in de richting van St.Kassiari en de Passo di Valparola. Na een paar kilometer bereikt u weg 48 ter hoogte van Passo di Falzarego. Het is dan nog een kwestie van rechtsaf gaan in de richting van het Passo Pordoi.

Het is een schitterende rit voor de liefhebbers van spectaculaire berglandschappen, niet geschikt voor de beginnende bestuurder, want zweet in uw handen kunt u op deze rondrit niet gebruiken. Voor alle zekerheid: de meeste van de genoemde wegen zijn gesloten voor auto’s die een caravan slepen. Ook gedurende het winterseizoen kunt u deze rit niet maken.

Rondje Seisser Alm-Schlerngebiet

U kunt ook een uitstapje maken naar het Seisser Alm-Schlerngebiet. Bij St.Ulrich verlaat u weg 242 in de de richting van Kastelruth. De plaats geniet bekendheid vanwege de wintersportmogelijkheden, maar als u er in de zomer bent, dan doen de kleuren van de vele bloemen aan de huizen u pijn aan de ogen. In oktober wordt er een zang- en dansfestival georganiseerd onder de naam ‘Spatzenfest’, door de zang- en dansgroep Kastelruther Spatzen, die landelijke bekendheid geniet. U vervolgt de rit in de richting van Seis en Völs. Vanuit Völs kunt u wandelen in de richting van de meer dan 2500 meter hoge Schlern, maar in dit gebied liggen nog veel meer goed onderhouden wandelwegen. Voor degenen die wat minder goed ter been zijn staan op diverse plaatsen koetsen klaar om ook hen te laten genieten van de omgeving. Bent u een liefhebber van kastelen, maak dan een kleine omweg naar het Tierser Tal. Vanuit Prösels kunt u een bezoek te brengen aan het gelijknamige kasteel uit de 14e eeuw. Het werd in de 15e en 16e eeuw in opdracht van keizer Maximiliaan I in zijn huidige staat herbouwd. Het is een prachtig kasteel waarin u onder andere een uitgebreide wapenverzameling kunt bewonderen. Als u nu richting Bozen aanhoudt bent u zo weer op weg 12 en kunt u vanuit Waidbruck weer terugkeren in het Grödner Tal. Dezelfde weg terugrijden is trouwens wel zo attractief, maar mogelijk gaat de tijd u parten spelen. Het is niet verstandig om deze weg in het donker te rijden. De totale lengte van de rit bedraagt overigens nauwelijks 60 kilometer.

 

Foto Onze Zuid-Tirol expert
Onze Zuid-Tirol expert

AUTEUR PAUL DE WAARD

Minder of onbekende bestemmingen en vreemde volkeren, daar kun je auteur Paul de Waard voor wakker maken. Hij reisde over de wereld van Laos tot Jamaica, van de Noordkaap tot Zuid-Afrika. Hij zat tussen de berggorilla’s in Uganda en aan bij de president van Gambia. Hij eet net zo gemakkelijk in een sterren restaurant als een broodje kakkerlak op een markt ergens in het verre oosten. Rijden op een olifant of zwemmen in een trog met acht kilometer water onder de snorkel, het maakt hem allemaal niet uit.

 

Vakanties in Italië

10 prachtige bestemmingen in Zuid-Tirol